Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met alinea 4.
Kruis 'wel' of 'niet' aan in de uitwerkbijlage.
1.Afrika brengt de beste voetballers ter wereld voort.
2.Sadio Mané voelt zich ongemakkelijk door de prijs die hij ontving.
3.Sadio Mané heeft een standbeeld gekregen in zijn geboorteland.
4.Sadio Mané investeert in zijn geboortedorp.



