→ Welke vraag (a tot en met g) hoort bij welk antwoord (1 tot en met 5)?
Schrijf in de uitwerkbijlage achter elk nummer de bijbehorende letter.
Let op: de vragen mogen maar één keer worden gebruikt en er blijven twee vragen over.
•Darf ich Essen im Supermarkt probieren?
•Ist Umtausch immer erlaubt?
•Falscher Preis an der Ware: Welcher Preis gilt?
•Kann ich bei einem günstigen Angebot unbegrenzt zuschlagen?
•Gutschein abgelaufen: was nun?
•Muss ich den Kassenbon immer aufbewahren?
•Falsche Beratung: Gibt es Schadenersatz?
