Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met de alinea's 3 of 4 .
Kruis aan 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
1.Franziska begeleidt profzwemmers bij hun zwemcarrière.
2.Franziska is actief in de vereniging "... für Kinder".
3.Franziska helpt mee aan een zwemcampagne.
4.Franziska geeft zelf zwemles aan kinderen.
