Geef van elk van de volgende beweringen over Stefanie aan of deze wel of niet overeenkomt met alinea 2.
Kruis aan 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
1.Ze bleef het bedrijf waar ze werkte trouw tijdens haar studie.
2.Ze onderdrukte haar irritatie over haar salaris enige tijd.
3.Ze heeft een leidinggevende functie binnen het bedrijf gekregen.
4.Ze heeft overwogen om haar baan op te zeggen.
