Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze overeenkomt met de tekst.
1.Finn-Henrik wekt de indruk nogal ijdel te zijn.
2.Sabrina en Weller doen hun best het elkaar naar de zin te maken.
3.Ann Kathrin wil van Finn-Henrik weten hoeveel hij precies verdient.
4.Sabrina zegt voor de grap dat Finn-Henrik UFO-onderzoeker is.
5.Weller vindt dat de benamingen 'Holland' en 'die Niederlande' correct gebruikt moeten worden.
6.Sabrina en Ann Kathrin vinden het fijn dat Weller interesse toont in Finn-Henriks verhaal.
7.Weller is een groot fan van sciencefictionliteratuur.
8.Ann Kathrin en Finn-Henrik zijn het eens over het bestaan van aliens.
Noteer achter elk nummer 'wel' of 'niet'.
