Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze overeenkomt met de tekst.
1.Mark raakt door een mededeling via de intercom uit zijn concentratie.
2.Mark heeft een plek in de klas uitgezocht om te kunnen spieken.
3.Mark denkt dat hij bij het spieken betrapt is.
4.Mark volgt het commando van meneer Filler meteen op.
5.De leerlingen waren, toen ze net les van hem kregen, gefascineerd door het uiterlijk van meneer Filler.
6.Het blijkt om een vals alarm te gaan.
Noteer achter elk nummer 'wel' of 'niet'.
