Geef van elk van de volgende beweringen over Jeffrey aan of deze overeenkomt met alinea 1.
1.Hij wilde thuis weg omdat hij op zijn woonplaats was uitgekeken.
2.Hij kan huishoudelijke taken bij zijn ouders makkelijk aan een ander overlaten.
3.Hij neemt het zijn ouders kwalijk dat hij zo onzelfstandig is.
4.Hij heeft een hekel aan huishoudelijke taken gekregen nu hij zelfstandig woont.
5.Hij is tevreden over hoe hij zich ontwikkelt sinds hij zelfstandig woont.
Noteer achter elk nummer 'wel' of 'niet'.



