Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met de tekst.
1.Maria heeft de eerste nacht in haar nieuwe appartement slecht geslapen.
2.Voordat ze voor Berlijn koos, heeft Maria nog overwogen om eerst een poosje in een andere plaats te gaan wonen.
3.De ouders van Maria hebben een andere toekomst voor hun dochter voor ogen dan Maria zelf.
4.Maria's ouders hebben geholpen haar spullen naar Berlijn te brengen.
5.Maria denkt dat haar moeder zou schrikken van Maria's wastafel.
6.Maria heeft alleen maar zomerkleding meegenomen naar haar nieuwe appartement.
7.Maria vindt de jongeman met zijn rugzak op de trap maar een vreemde gast.
8.De mededeling van de jongeman op de trap heeft met de dikke buurman te maken.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad telkens 'wel' of 'niet'.
