Geef van elk van de onderstaande beweringen aan of deze wel of niet overeenkomt met de inhoud van de tekst.
1.Ben vindt het leven in de plaats Wingroden nogal saai.
2.Ben zou graag in het garagebedrijf van Maslow willen werken.
3.Ben heeft van een programma op televisie geleerd hoe hij een tuktuk moet bouwen.
4.Ben kiest de spullen waarmee hij zijn tuktuk versiert zorgvuldig uit.
5.Ben ziet op de foto's dat zijn opa vroeger een zelfverzekerde man was.
6.Ben heeft het gevoel dat hij, net als zijn opa, vergeetachtig begint te worden.
7.Ben is bang dat de reparatie van zijn VW-bus nog lang gaat duren.
8.Ben twijfelt of hij wel geschikt is als verpleger van zijn opa.
Noteer achter elk nummer op het antwoordblad 'wel' of 'niet'.



