Zuurstof lost niet goed op in het bloedplasma. Daarom moet het op een andere manier getransporteerd worden. Dit gebeurt grotendeels door hemoglobine in de rode bloedcellen. Hemoglobine bindt zuurstof erg goed, waardoor het uitstekend is voor het transport van zuurstof in het bloed.
Wanneer hemoglobine aan zuurstof bindt, ontstaat oxyhemoglobine. Dit geeft bloed een felrode kleur. Wanneer er veel zuurstof is, bindt het hemoglobine veel zuurstof (het evenwicht verschuift naar rechts). Als er weinig zuurstof is, laat het hemoglobine de zuurstof los (het evenwicht verschuift naar links).
Dit is een handig mechanisme, omdat zuurstof naar plekken gebracht moet worden waar minder zuurstof is. Op die plekken wordt de zuurstof vervolgens weer losgelaten.

Hoe werkt zuurstoftransport in de longblaasjes?
In de longblaasjes is een hoge zuurstofspanning. De zuurstof gaat dan van de longblaasjes naar het bloedplasma en hemoglobine neemt de zuurstof op.
In weefsel daarentegen is een lage zuurstofspanning; de zuurstof gaat dan van het bloedplasma naar het weefselvocht en uiteindelijk naar de cellen.

De route van zuurstof
De volledige route die zuurstof doorloopt, kan als volgt worden samengevat:
1.In de longen: O2 in de lucht -> het vocht in de longblaasjes -> de wand van de longblaasjes -> de wand van de haarvaten -> het bloedplasma -> de hemoglobine in de bloedcel.
2.In de weefsels: De hemoglobine in de bloedcel -> het bloedplasma -> de wand van de haarvaten -> het weefselvloeistof -> de cellen.
Doordat in het weefsel een lagere O2 spanning heerst laat de hemoglobine eerst het zuurstof los en verloopt de route dus andersom.
Verzadigingskromme

Deze verzadigingskrommen geven weer hoeveel zuurstof er op verschillende plekken aan het hemoglobine vastzit. De hoeveelheid zuurstof die aan hemoglobine kan vastzitten, is afhankelijk van de zuurstofspanning in de weefsels.
Het effect van CO2-spanning
Het transport van zuurstof in het lichaam kan beïnvloed worden door de CO2-spanning. De verzadigingskromme van hemoglobine kan verschillend zijn bij verschillende CO2-spanningen.
Cellen in rust hebben een CO2-spanning van 2,7 kilopascal en een pH van 7,4. Het actieve weefsel heeft een CO2-spanning van maximaal 11 kilopascal en een lagere pH. Daarom verschuift het evenwicht naar rechts en ontstaat er dus bij een andere pCO2 een andere kromme.
De verzadiging van hemoglobine is dus mede afhankelijk van de CO2-spanning en de pH van de weefsels.

Transport van CO2
Het transport van CO2 in het bloed vindt voor een deel plaats door hemoglobine in de rode bloedcellen (23%). De rest lost op in het bloedplasma (7%) of wordt vervoerd in de vorm van bicarbonaationen (HCO3-) in het bloedplasma. Bij de laatste manier speelt koolzuuranhydrase in de rode bloedcellen een belangrijke rol. De HCO3- diffundeert vanuit de bloedcellen gelijk weer naar het plasma.

De richting van CO2 in weefsel en longen zit als volgt in elkaar. CO2 wordt in de weefsels geproduceerd, waarna het via het weefselvloeistof naar het bloedplasma diffundeert (van een hogere concentratie naar een lagere). In de longhaarvaten wordt de CO2 weer losgelaten van de hemoglobine, waarna het opgeloste CO2 vanuit het bloedplasma naar het vocht in de longblaasjes diffundeert (van een lage concentratie naar een hogere concentratie).
Pas op voor koolmonoxide!
Let op, koolmonoxide (niet te verwarren met kooldioxide) kan ook binden aan hemoglobine en doet dit zelfs 200 keer sterker dan zuurstof. Als je te veel koolmonoxide inademt, kan je bloed dus geen zuurstof meer vervoeren omdat alle hemoglobine gebonden is aan koolmonoxide.













