5% zoutoplossing
Het eerste onderwerp waar we ons op gaan focussen is het maken van een 5% zoutoplossing. Stel je wilt een 20 gram keukenzout oplossing van 5% maken. 5% betekent 5 delen van de 100, wat hetzelfde is als 1 op 20. Dat betekent dat je 1 deel zout moet hebben en dan 19 delen water.

Zoutconcentratie in een oplossing
Vervolgens kijken we naar een praktisch voorbeeld. Stel, iemand lost 5 gram zout op in 20 gram water. Het totale gewicht van de oplossing is dan 25 gram. Dit betekent dat de zoutconcentratie 20% is, omdat 5 gram van de 25 gram totaal opgelost zout is.

Fysiologische zoutoplossing
Het volgende onderwerp gaat over het maken van een fysiologische zoutoplossing. Deze oplossing heeft een concentratie van 0,9%, wat betekent dat er 0,9 delen zout op de 100 delen zijn, of 9 gram zout op 1000 gram water. Als je slechts 250 ml nodig hebt, heb je dus een kwart nodig van die 9 gram zout, wat neerkomt op 2,25 gram zout.
Omrekenen naar parts per million
We kijken ook naar het omrekenen van percentages naar parts per million (ppm). Bijvoorbeeld, de CO2-concentratie is 0,037 procent. Om dit om te zetten naar ppm, beschouwen we 0,037 als parts per honderd. Door zowel de teller als de noemer meerdere keren te vermenigvuldigen met 10, komen we uiteindelijk op 370 parts per million.

Alcoholconcentratie
Bij biologie is het ook belangrijk om de alcoholconcentratie te begrijpen. Stel, iemand drinkt twee glazen bier van 250 ml met een alcoholpercentage van 5%. In totaal drinkt deze persoon 500 ml bier, wat betekent dat er 25 ml pure alcohol is geconsumeerd.
Alcohol in uitgeademde lucht en bloed
In een verkeerssituatie mag je een maximum van 0,088 milligram alcohol per liter lucht uitademen, wat overeenkomt met ongeveer 0,2 gram per liter bloed, of 0,2 promil. Als iemand 0,1 milligram per liter lucht uitademt, komt dit overeen met ongeveer 0,1 promil in het bloed. Deze waarden kunnen echter variëren afhankelijk van meerdere factoren zoals het geslacht, gewicht, en het metabolisme van het individu.




