Welke, P, Q, R of S geeft de tolerantiekromme voor opgeloste zouten van pijlkruid weer?



Edzard BornemanWelke, P, Q, R of S geeft de tolerantiekromme voor opgeloste zouten van pijlkruid weer?

•Je kunt uitleggen wat abiotische en biotische factoren zijn;
•Je kunt een tolerantiecurve begrijpen en toepassen;
•Je kunt het verband leggen tussen tolerantiegrenzen en de verspreiding van organismen;
•Je kunt voorbeelden geven van de invloed van concurrentie op de plek waar een soort voorkomt.
•Temperatuur (hoe warm of koud het is)
•Daglengte / licht
•Water (droogte of overvloed)
•Windrichting
•Bodem (zand, klei, pH, humus)
•Zout- en zinkgehalte
Let op micro- en macroklimaten:
•Macroklimaat: groot gebied met min of meer hetzelfde klimaat (bijv. heel Nederland).
•Microklimaat: kleine variaties binnen hetzelfde gebied, zoals schaduwrijke plekken, noordzijde van een duin, vochtige of droge plekken.

•Predatoren (roofdieren)
•Voedselbeschikbaarheid (levend of dood materiaal)
•Ziekten en parasieten
•Concurrentie tussen soorten

Het gebied waar een soort voorkomt, heet het verspreidingsgebied of areaal.
•Een soort kan alleen voorkomen binnen zijn tolerantiegrenzen voor bepaalde abiotische factoren.
•Tolerantie: het vermogen van een organisme om schommelingen in abiotische factoren te verdragen.
Een tolerantiecurve geeft weer hoe goed een organisme een bepaalde abiotische factor verdraagt:
•Optimum
Het punt waar een organisme het beste groeit en zich voortplant.
•Stresszone
Hier kan het organisme overleven, maar het groeit minder goed en plant zich minder voort.
•Grens / maximum-minimum
Hier overleeft het organisme niet. Als de abiotische factor zelfs kort overschreden wordt, kan het organisme zich hier niet vestigen.Brede en smalle tolerantiePioniersoorten hebben vaak een brede tolerantie, omdat ze groeien op lege of extreme plekken. Soorten met een smalle tolerantie groeien alleen onder specifieke omstandigheden.Beperkende factorEen beperkende factor is de abiotische factor die het sterkst de groei of verspreiding van een soort beperkt. Als bijvoorbeeld water schaars is, beperkt dat de groei van planten, totdat een andere factor (bijv. CO_2COCO?CO?2CO?COCO\_) beperkend wordt.Invloed van concurrentieEen soort staat niet altijd op zijn optimale plek vanwege concurrentie. Soorten kunnen zich vestigen op een minder optimale plek waar andere soorten niet kunnen overleven, zodat ze de concurrentie vermijden.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







