Wat is een orgaan?
Leerdoelen
•Je kunt vertellen wat een cel is.
•Je kunt vertellen waar een weefsel uit bestaat en hier voorbeelden van noemen.
•Je kunt vertellen wat een orgaan is, waar een orgaan uit bestaat en voorbeelden noemen.
•Je kunt uitleggen wat een orgaanstelsel is en voorbeelden noemen.
Organen, weefsels en cellen
Ons lichaam is een complex systeem van organen die samenwerken. Deze organen zijn opgebouwd uit cellen en gegroepeerd in orgaanstelsels met specifieke functies. In deze uitleg duiken we dieper in de structuur en werking van het menselijk lichaam, van cellen tot organen en orgaanstelsels.
Organen
Ons lichaam is opgebouwd uit organen. In onze torso, de romp van de mens, liggen de meeste organen. Je torso loopt vanaf je hals tot je onderbuik.

Organen zijn delen van organismen met een bepaalde functie. Voorbeelden zijn de ogen, wortels bij een plant, de neus en de huid.
Orgaanstelsels
Een orgaanstelsel is een groep organen die samenwerkt aan een bepaalde taak. De orgaanstelsels in het menselijk lichaam zijn:
•Ademhalingsstelsel: bestaat bijvoorbeeld uit je longen en zorgt ervoor dat je kan ademhalen.
•Bottenstelsel: bestaat uit al je botten zorgt voor stevigheid van het lichaam.
•Bloedvatenstelsel: bestaat uit het hart en alle bloedvaten en voorzien je hele lichaam van bloed.
•Spierstelsel: Alle spieren vormen samen het spierstelsel die ervoor zorgt dat je kan bewegen.
•Verteringsstelsel: bestaat onder andere uit je slokdarm en de maag en zijn heel belangrijk voor het opnemen en verteren van voedsel.
•Zenuwstelsel: bestaat uit je hersenen en ruggenmerg en alle zenuwen in je lichaam. Door het zenuwstelsel kunnen wij onze dagelijkse bezigheden uitvoeren.

Cellen
Ons lichaam is opgebouwd uit cellen: de bouwstenen van ons lichaam. Mensen bestaan uit heel veel cellen; wij zijn dus meercellig. Sommige organismen, zoals de amoebe en algen, bestaan uit één cel en zijn dus eencellig

In ons lichaam zijn er verschillende typen cellen, bijvoorbeeld huidcellen, spiercellen en zenuwcellen.

Weefsels
Een groep cellen met dezelfde vorm en functie vormen samen een weefsel. Een orgaan bestaat dus uit een of meerdere weefsels. Neem bijvoorbeeld de long. De long bestaat uit kraakbeenweefsel (het bruine in de afbeelding) en uit longweefsel (het roze in de afbeelding).

Andere typen weefsels zijn onder andere botweefsel, spierweefsel en zenuwweefsel.













