Wat is de eerste schakel in een voedselketen?
Leerdoelen
•Je kunt op de juiste manier een voedselketen tekenen.
•Je kunt het verschil uitleggen tussen een voedselketen en een voedselweb.
•Je kunt uitleggen wat producenten, consumenten en reducenten zijn en hier voorbeelden van noemen.
Eten en gegeten worden
In deze samenvatting leer je wat de voedselketen is en hoe dit verschilt van een voedselweb en hoe je deze tekent. Daarnaast leer je wat producenten, consumenten en reducenten zijn.
Voedselketens: de basis
Dieren moeten eten om te overleven. Een voedselketen is een simpele weergave van een keten waarbij de ene soort wordt opgegeten door de volgende soort. De eerste schakel is altijd een plant.

De pijltjes in de voedselketen wijzen altijd naar het organisme dat het andere organisme opeet. Bijvoorbeeld, het gras wijst naar de springhaan omdat de springhaan het gras opeet.
Belangrijk: bij een examen moet je de richting van de pijltjes correct aangeven, anders krijg je puntenaftrek!
Voedselweb: complexer dan voedselketens
In een gebied zijn er vaak meerdere voedselketens die door elkaar heen lopen. Een voedselweb laat deze verschillende voedselketens zien.

Een voedselweb is een complexer en een realistischere weergave van hoe organismen met elkaar verbonden zijn in hun omgeving.
Belangrijk: ook hier moeten de pijltjes op de juiste manier weergegeven worden!
Producenten, consumenten, en reducenten
Laten we nu drie belangrijke groepen in de natuur bekijken: producenten, consumenten, en reducenten.
Producenten
Planten hoeven geen andere organismen tot zich te nemen om organische stoffen te kunnen produceren. Daarom noemen we planten producenten. Planten zijn altijd de eerste schakel in een voedselketen.
Planten kunnen met behulp van fotosynthese organische stoffen maken uit anorganische stoffen zoals water, CO₂ en mineralen. Het proces ziet er als volgt uit:
Anorganische stoffen (bijv. water en CO₂)FotosyntheseGlucose (organische stof).
Door fotosynthese kunnen planten de organische stof glucose produceren in de bladgroenkorrels, hierbij komt er ook O₂ vrij. Met glucose kunnen planten weer allerlei andere organische stoffen produceren.

2. Consumenten
Dieren zijn consumenten omdat ze andere organismen moeten eten om in leven te blijven. Zo nemen ze organische stoffen op die andere organismen hebben gemaakt.
Planteneters (1e orde consumenten): Dieren die planten eten.
Vleeseters (2e, 3e, ... orde consumenten): Dieren die andere dieren eten.
Alleseters: Dieren die zowel planten als andere dieren eten.

3. Reducenten
Planten en dieren kunnen sterven zonder opgegeten te worden. Afvaleters, kleine insecten zoals wormen en mieren, eten deze dode organismen. De resten van dode organismen worden afgebroken door reducenten. Ze breken organisch materiaal af tot anorganische stoffen. Voorbeelden van reducenten zijn bacteriën en schimmels. Deze anorganische stoffen worden dan weer opgenomen door planten, waardoor de kringloop in de natuur zich herhaalt.
Recycling in de natuur
De natuur recyclet materialen door de samenwerking tussen producenten, consumenten en reducenten. Dit zorgt ervoor dat voedingsstoffen voortdurend beschikbaar zijn voor nieuwe organismen.
Planten produceren organisch materiaal en worden opgegeten door dieren. De ene diersoort eet de andere op. Wanneer organismen doodgaan, worden ze gegeten door afvaleters en uiteindelijk afgebroken door reducenten tot anorganische stoffen. Deze stoffen worden weer gebruikt door de planten om nieuwe organische stoffen te maken en zo herhaalt zich de kringloop.













