Twee belangrijke spelers in het samenspel tussen de verschillende onderdelen van een cel zijn het cytoskelet en het membraan van een cel. Deze twee componenten, hoewel zeer verschillend, zijn cruciaal voor het goed functioneren van een cel.
Het cytoskelet
Het cytoskelet is een netwerk van eiwitvezels dat een grote rol speelt in de vorm en beweging van cellen.
Dit netwerk van eiwitvezels draagt bij aan de structuur van de cel en is betrokken bij vormveranderingen. Deze veranderingen zijn te zien bij amoebe, die door opmerkelijke vormveranderingen voedsel kunnen opnemen.
Bovendien zorgt het cytoskelet voor het vervoer van allerlei organellen (celcomponenten) door een cel, van plek A naar B. Dit proces wordt uitgevoerd door zogenaamde motoreiwitten, die fungeren als kleine 'voetjes' die over de eiwitvezels lopen en het organel trekken.

Daarnaast geeft het cytoskelet stevigheid aan de cel en helpt het om de organellen op hun plek te houden. Het is ook verantwoordelijk voor de aanwezigheid van ciliën en trilharen die cellen in staat stellen om te bewegen en om te registreren wat er in hun omgeving gebeurt.
Het membraan van de cel
Als we kijken naar het membraan, kunnen we zien dat het bestaat uit een dubbele laag van fosforlipiden. Elk fosforlipide heeft een duidelijke hydrofiele kop en een hydrofobe staart. De hydrofiele kop is waterminnend, terwijl de hydrofobe staart waterafstotend is.

Deze structuur maakt het membraan ideaal voor het controleren wat binnenkomt in de cel. Hydrofiele stoffen kunnen het membraan bereiken, terwijl hydrofobe delen de cel niet kunnen binnendringen, waardoor de cel een zekere mate van controle heeft over welke stoffen binnenkomen.
Daarnaast is cholesterol ook een essentieel onderdeel van het membraan. Hoewel cholesterol vaak een slechte reputatie heeft, is het cruciaal voor de stugheid van het membraan.
Verschillende types eiwitten, genaamd membraaneiwitten, zijn ook aanwezig in het membraan, elk met hun specifieke functies zoals herkenning, en het mogelijk maken van transport en doorlaatbaarheid.
Selectieve permeabiliteit
Het membraan is semi-permeabel of half-doorlatend, wat betekent dat het selectief is in wat het doorlaat. Het kan kleine vetten en ongeladen moleculen zoals zuurstof, stikstof en CO₂ doorlaten, terwijl het water, grotere koolhydraten, eiwitten en vetten buiten houdt, tenzij ze vervoerd worden door specifieke transporteiwitten.
Endocytose en exocytose
Naast de bovengenoemde processen, kunnen cellen ook stoffen opnemen of afgeven door processen bekend als endocytose en exocytose. Deze processen, hoewel ze eigenlijk niet door het membraan gaan, worden gefaciliteerd door het membraan.





