De bouw van het oog
Laten we beginnen met de bouw van het oog. Dit is eigenlijk leerwerk. Je moet weten waar de wenkbrauw, ooglid en wimper zich bevinden. Dit is echter basiskennis en we zullen er niet te diep op ingaan.

Oogspieren
De oogspieren zijn vrij eenvoudig te begrijpen. Er zijn vier oogspieren die nodig zijn om het oog te bewegen. Om omhoog te kijken, worden de bovenste spieren verkort. Om omlaag te kijken, worden de onderste spieren verkort. Voor zijwaartse bewegingen worden de spieren aan de zijkanten verkort.

Inwendige bouw van het oog
De inwendige bouw van het oog is een leerwerk. Kun je bijvoorbeeld de weg van het licht door het oog vertellen? Het licht begint bij het hoornvlies, gaat door de voorste oogkamer, de iris, de lens, het glasachtig lichaam en uiteindelijk naar het netvlies en de gele vlek. Het is een kwestie van leren en begrijpen waar het licht naartoe gaat. Deze informatie kun je ook vinden in je BiNaS.

Blinde vlek en gele vlek
De blinde vlek is een interessant onderdeel van het oog. Het bevindt zich op de plek waar de oogzenuw het oog binnenkomt of verlaat. De gele vlek daarentegen is de plek waar het beeld scherp wordt. Wanneer je bijvoorbeeld naar je horloge of mobiele telefoon kijkt, komt het beeld binnen op je gele vlek. Probeer maar eens naar de tijd te kijken en net naast het horloge te focussen. Dat lukt niet, omdat de gele vlek speciale eigenschappen heeft. Hieronder vind je een afbeelding die je kunt bekijken om deze concepten beter te begrijpen.

Beeldvorming in het oog
Je kunt het oog eigenlijk vergelijken met een camera. Net zoals een camera heeft het oog een lens en een lichtgevoelige plaat (het netvlies). Onze lens is echter anders dan die van een camera. Terwijl de lens van een camera van glas is en naar voren of naar achteren kan bewegen, kan onze lens dat niet. We moeten het op een andere manier oplossen.

Het beeld dat het oog binnenkomt, is altijd ondersteboven en in spiegelbeeld. Dit is een algemene eigenschap van de beeldvorming in het oog. Laten we nu kijken hoe dit gebeurt.
Accommodatie
Accommodatie verwijst naar het vermogen van het oog om de lens boller of platter te maken. Stel je voor dat de lens van een camera altijd bol is en niet kan veranderen. Dat zou problematisch zijn. Daarom moeten wij het anders oplossen.
Om de lens platter te maken, moeten we aan de uiteinden van het straalvormig lichaam trekken. Dit verandert de spanning op de lensbandjes die aan de lens zijn bevestigd. Als de ring van het straalvormig lichaam ontspannen is, is de lens plat. Als de ring samentrekt, worden de lensbandjes gespannen en wordt de lens boller. Deze mechanismen zorgen ervoor dat het oog zich kan aanpassen aan verschillende afstanden en scherp kan stellen.

Scherpstellen
Scherpstellen kan worden beïnvloed door de vorm van de lens. Als je iets van veraf wilt zien, moet de lens plat zijn. Dit is de positie waarin je de lens het meest plat trekt. Als je door een raam kijkt, functioneert het raam als een platte lens. Dit werkt goed voor veraf gelegen objecten. Als je van dichtbij wilt kijken, heb je een bolle lens nodig. Dit kun je vergelijken met het gebruik van een vergrootglas. Onthoud dus: platte lens voor veraf, bolle lens voor dichtbij.
Breking door plus- en minlenzen
Laten we nu eens kijken naar de breking door plus- en minlenzen. Als je naar de afbeelding hieronder kijkt, zie je een bolle lens aan de linkerkant. Als er een parallelle lichtstraal binnenkomt, wordt deze gefocust op één punt, het brandpunt genaamd. De afstand tussen de lens en het brandpunt wordt de brandpuntsafstand genoemd. Als de lens boller wordt, wordt de brandpuntsafstand korter. Aan de rechterkant zie je een holle lens. De brandpuntsafstand is negatief en de lichtstralen divergeren in plaats van samen te komen. Het brandpunt bevindt zich vóór de lens. Dit is de reden waarom het een negatieve lens wordt genoemd.

Brillen voor bijziendheid en verziendheid
Laten we nu eens kijken naar brillen voor bijziendheid en verziendheid. Bijziende mensen kunnen dichtbij scherp zien, maar veraf niet. Het beeld komt vóór het netvlies. Bijziendheid wordt gecorrigeerd met een minbril, omdat de minbril het beeld naar achteren duwt, waardoor het precies op het netvlies wordt geprojecteerd. Onthoud: bijziendheid is te plus, dus corrigeren met een minbril.
Verziende mensen hebben het tegenovergestelde probleem. Het beeld komt achter het netvlies. Ze hebben niet genoeg breking in hun oog. Dit wordt gecorrigeerd met een plusbril, omdat de plusbril het beeld meer buigt en naar voren brengt, zodat het op het netvlies valt. Onthoud: verziendheid is niet genoeg plus, dus corrigeren met een plusbril.

Diafragma van het oog
Naast scherpstellen kun je ook de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt regelen. Dit wordt gedaan door de kringspieren en lengtespieren. De kringspieren liggen in een rondje om de pupil en de straalsgewijslopende spieren zijn als spaken. Als de kringspieren samentrekken, wordt de pupil kleiner. Als de straalsgewijslopende spieren samentrekken, wordt de pupil groter. Deze twee spiergroepen werken samen en bepalen de grootte van de pupil en daarmee de hoeveelheid licht die het oog binnenkomt.





