De hypofyse, een kleine hormoonklier die onderin de hersenen ligt, heeft een cruciale functie als een soort manager van het hormoonstelsel. Ze maakt hormonen die andere hormonen aansturen. Denk hierbij aan TSH, FSH, LH, en ACTH, die op hun beurt respectievelijk de schildklier, testis, ovaria en bijnieren stimuleren. Deze klieren produceren ook zelf hormonen.

Boven de hypofyse ligt de hypothalamus, een deel van de hersenen dat de hypofyse reguleert. De hypothalamus en hypofyse zijn dus twee verschillende dingen, hoewel ze nauw samenwerken. De hypothalamus regelt de hypofyse door twee soorten hormonen af te geven: inhibiting hormonen (IH), die de hypofyse remmen, en releasing hormonen (RH), die de hypofyse stimuleren.
Wanneer de hypothalamus deze hormonen vrijgeeft, gaan ze via een systeem van bloedvaten, het hypofyse poortaderstelsel, naar de voorkant van de hypofyse. Deze hormonen stimuleren of remmen de hypofyse om verschillende soorten hormonen te maken, zoals:
•FSH
•LH
•ACTH
•prolactine
•groeihormoon.
Deze hormonen worden dan weer afgegeven aan het bloed, waarna ze hun doelen bereiken.
Zelfregulatie door de hypofyse
Naast het aansturen van andere hormoonklieren, produceert de hypofyse ook hormonen die zelf functies regelen. Bijvoorbeeld, prolactine, dat de melkklieren en de productie van melk vergroot, en groeihormoon, dat direct door de hypofyse zelf wordt gemaakt. Als er veel groeihormoon wordt geproduceerd, is er veel groei; bij weinig groeihormoon, weinig groei.
De receptoren voor groeihormoon zitten bij een kind op veel plekken en bij een volwassene zijn ze nog maar op een beperkt aantal plekken aanwezig, namelijk in het hoofd, de handen en de voeten. Dit komt doordat deze plekken nog receptoren hebben die kunnen 'luisteren' naar het groeihormoon.
ADH zorgt voor de resorptie (opnemen) van water in de nieren.
Verbinding tussen zenuwstelsel en hormoonstelsel
Het zenuwstelsel en het hormoonstelsel zijn met elkaar verbonden, zoals blijkt uit het fenomeen van neurosecretie. Als zenuwcellen hormonen maken, worden deze neurohormonen genoemd. Een voorbeeld van neurohormonen zijn oxytocine en ADH (antidiuretisch hormoon). Deze worden geproduceerd door uitlopers van de hypothalamus en getransporteerd naar de achterkant van de hypofyse, de neurohypofyse, waar ze worden afgegeven aan het bloed.

Voor- en achterkwab van de hypofyse
De hypofyse bestaat uit twee delen, de adenohypofyse (de voorkwab) en de neurohypofyse (de achterkwab). De voorkwab maakt hormonen onder invloed van de releasing en inhibiting hormonen van de hypothalamus, terwijl de achterkwab direct oxytocine en ADH maakt, die door de hypothalamus worden aangestuurd.

De rol van hormonen bij stress
Bij stress speelt het hormoon cortisol een belangrijke rol. Dit hormoon wordt geproduceerd door de bijnieren onder invloed van het adrenocorticotroop hormoon (ACTH), dat op zijn beurt weer wordt aangestuurd door de hypothalamus. De hypothalamus doet dit via een releasing hormone, CRH (corticotropin-releasing hormone). Bovendien produceert de bijnier ook adrenaline in een stresssituatie.





