Vraag 2
Slaag gegarandeerd met ExamenBoost
  • Oefen examens van de afgelopen 5 jaar met extra uitleg door docenten bij examenvragen
  • Extra uitleg en oefenen voor elk onderwerp uit je examen
  • Stel vragen en krijg direct antwoord
2 punten
Open vraag

Tabel 1 toont de hoeveelheden bloedplasma en urine en de waarden van carnitine in bloedplasma, urine en skeletspierweefsel.

tabel 1

hoeveelheid
carnitinewaarden
bloedplasma
mannen
$3{,}4 \mathrm{~L}
50{,}6\;\mu\mathrm{mol}/\mathrm{L}50{,}6\mu\mathrm{mol}/\mathrm{L}50{,}6\mu\mathrm{mol}/\mathrm{L}$50{,}6 \mu \mathrm{mol} / \mathrm{L}
vrouwen
$2{,}7 \mathrm{~L}
44{,}7\;\mu\mathrm{mol}/\mathrm{L}44{,}7\mu\mathrm{mol}/\mathrm{L}44{,}7\mu\mathrm{mol}/\mathrm{L}$44{,}7 \mu \mathrm{mol} / \mathrm{L}
urine
mannen
$1{,}7 \mathrm{~L}/ dag
420\;\mu\mathrm{mol}420\;\mu\mathrm{mol}/\mathrm{dag}420\mu\mathrm{mol}/\mathrm{dag}420\mu\mathrm{mol}/\mathrm{dag}$420 \mu \mathrm{mol} / \mathrm{dag}/ dag
vrouwen
$1{,}7 \mathrm{~L}/ dag
266\;\mu\mathrm{mol}266\mu\mathrm{mol}266\mu\mathrm{mol}266\mu\mathrm{mol}266\mu\;\mathrm{mol}266\mu\mathrm{mol}266\mu\mathrm{mol}$266 \mu \mathrm{mol}/ dag
skeletspierweefsel
volwassenen
4{,}0\;\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\;\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu;\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu;\\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu;\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu;\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu;\frac{\placeholder{}}{\placeholder{}}\mathrm{mol}/\mathrm{g}4{,}0\mu;\mathrm{mol}/\mathrm{g}$4{,}0 \mu \mathrm{mol} / \mathrm{g}

Naar aanleiding van afbeelding 1 en tabel 1 worden de volgende beweringen gedaan:

1.Door het transport door de epitheelcellen van de nierbuisjes wordt carnitine uitgescheiden.

2.Per dag wordt er meer carnitine uitgescheiden dan de hoeveelheid die gemiddeld in het bloedplasma aanwezig is.

3.Een vrouw van 65 kilogram met een skeletspierpercentage van 35% heeft in haar skeletspierweefsel een carnitinevoorraad van91\;\mu\mathrm{mol}91\mu\mathrm{mol}91\mu\mathrm{mol}$91 \mu \mathrm{mol}.

Schrijf de nummers 1, 2 en 3 onder elkaar en noteer erachter of de betreffende bewering juist of onjuist is.

Op deze pagina behandelen we vraag 2 van het centraal examen biologie vwo 2022 tijdvak 3. Deze vraag is onderdeel van Meldonium, en is 2 punten waard.

Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.

Daarnaast kun je:

  • Oude antwoorden terugzien
  • Extra uitleg vragen aan onze AI-hulp via de knop "Stel je vraag"
  • Klikken op de bijbehorende onderwerpen uit de examenroute om verdieping te vinden