Luuk zoekt voor biologie informatie over beerdiertjes (zie de afbeelding).

Luuk schrijft het volgende op:
Beerdiertjes zijn een halve millimeter groot. Ze hebben acht pootjes met klauwen. Ze hebben twee gevoelige plekjes op hun kop die dezelfde functie als ogen hebben. Ze leven in een vochtige omgeving.
Als het lange tijd droog is, rollen beerdiertjes zich op en stoppen ze met eten. Ze nemen dan ook minder zuurstof op. Bijna al hun lichaamsvocht verdwijnt via de huid. De beerdiertjes verschrompelen en lijken dood te zijn. Als ze in zo'n toestand zijn, kan de wind ze makkelijk meenemen naar een andere plek.

