Fruitvliegen worden in laboratoria veel gebruikt voor erfelijkheids onderzoek. Ze kunnen makkelijk gekweekt worden en planten zich snel voort.
Een vrouwtje geeft stoffen af, feromonen, waar een mannetje op afkomt. Het mannetje volgt het vrouwtje, tikt tegen haar achterlijf en trilt met één van zijn vleugels. Binnen een uur volgt dan de paring.
Daarna legt het vrouwtje eitjes, waaruit zich larven ontwikkelen. Een larve wordt na enige tijd een pop. Uit de pop ontstaat een nieuwe fruitvlieg.
De stadia van de levenscyclus van de fruitvlieg staan in de tabel.

