Bij een bloedtransfusie krijgt een patiënt meestal rode bloedcellen toegediend van een donor met dezelfde bloedgroep. In noodgevallen kunnen daarvoor ook rode bloedcellen van een andere bloedgroep gebruikt worden. Dit kan alleen als dit geen klontering in het bloed van de patiënt veroorzaakt. |
In een noodsituatie zijn er twee patiënten die een bloedtransfusie nodig hebben. Er is bloed beschikbaar van één donor (zie de tabel).
bloedgroep | |
donor | A |
patiënt 1 | 0 |
patiënt 2 | AB |

