Voordat Jan een nieuwe lever krijgt, is het belangrijk dat hij helemaal genezen is van hepatitis C. Hij krijgt daarom een behandeling met het medicijn Sofosbuvir. Dit medicijn bevat nucleotiden die op uracil lijken. Als die nucleotiden worden ingebouwd tijdens de vorming van RNA, kan er geen nieuw nucleotide meer aan worden gekoppeld. Het RNA kan dan dus niet langer worden. Jan neemt Sofosbuvir als pil in.
Over de behandeling met Sofosbuvir worden de volgende uitspraken gedaan:
1.Door Sofosbuvir worden er minder eiwitten geproduceerd.
2.Door Sofosbuvir wordt de vorming van erfelijk materiaal voor nieuwe hepatitis C-virussen verhinderd.
3.De nucleotiden uit Sofosbuvir moeten eerst worden verteerd om te kunnen worden opgenomen.