Jeroen Onrust van de Rijksuniversiteit Groningen heeft onderzocht wat de invloed van de bemesting van grasland is op de beschikbaarheid van regenwormen voor weidevogels zoals de kievit.
In Nederlandse graslanden leven verschillende soorten regenwormen. Regenwormen (afbeelding 1) zijn te verdelen in twee ecologische groepen: detrivoren en geofagen. Detrivoren leven van grof plantaardig materiaal. Geofagen leven van fijner verdeeld organisch materiaal en van bodembacteriën.In de afgelopen decennia is de landbouw steeds intensiever geworden. Daarmee is ook de manier van bemesten veranderd. In plaats van het strooien van stalmest (uitwerpselen met stro) op het gras, wordt tegenwoordig drijfmest (uitwerpselen vermengd met urine) geïnjecteerd in de bodem. Deze verandering heeft effect gehad op de regenwormensamenstelling in de bodem.Jeroen Onrust bepaalde het aantal regenwormen per m² grasland door steekproefsgewijs het aantal regenwormen in een graszode van 20 x 20 x 20 cm te tellen (onderzoek 1). Hij deed dit voor graslanden bemest met drijfmest, graslanden bemest met stalmest en graslanden bemest met een mengsel van drijfmest en stalmest. |

