Les over 4 De huid en het onderhuidse bindweefsel
De huid

Hoe beschermen de huid en het onderhuidse bindweefsel?
Leerdoelen
•Je kunt de belangrijkste functies van de huid benoemen.
•Je kunt de lagen van de huid en het onderhuidse bindweefsel en hun onderdelen beschrijven.
•Je kunt uitleggen hoe cellen in de opperhuid verhoornen en hoe de huid zich beschermt tegen UV-straling.
•Je kunt uitleggen hoe het lichaam de lichaamstemperatuur reguleert bij warmte en kou.
De functies en opbouw van de huid
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam en vervult diverse vitale functies. De huid beschermt het lichaam tegen invloeden van buitenaf, zoals beschadigingen, ultraviolette straling en een infectie (waarbij ziekteverwekkers het lichaam binnendringen en zich vermenigvuldigen). Daarnaast gaat de huid waterverlies door verdamping tegen om uitdroging te voorkomen. De huid is opgebouwd uit twee hoofdlagen: de opperhuid en de lederhuid. Direct onder de huid bevindt zich het onderhuidse bindweefsel.

De opperhuid
De opperhuid is de buitenste laag van de huid en bestaat uit twee sublagen:
•De kiemlaag: Dit is de onderste, levende laag van de opperhuid. De cellen in de binnenste laag delen zich voortdurend om nieuwe cellen te vormen. De cellen die hierboven liggen, schuiven langzaam op naar buiten en gaan verhoornen. Dit betekent dat ze veel van de taaie stof hoornstof aanmaken en vervolgens afsterven.
•De hoornlaag: Deze buitenste laag bestaat uit dode, verhoornde celresten. De hoornlaag beschermt tegen beschadigingen, infecties en uitdroging, en slijt aan de buitenkant voortdurend af. Op plekken met veel wrijving, zoals de voetzolen, is de hoornlaag extra dik; dit noemen we eelt.
In de opperhuid liggen geen bloedvaten. De levende cellen van de kiemlaag ontvangen hun voedingsstoffen en zuurstof via weefselvloeistof uit de onderliggende lederhuid.
Bescherming en haargroei in de opperhuid
De cellen van de kiemlaag bevatten pigment. Deze donkere kleurstof wordt geproduceerd door pigmentcellen en beschermt de delende cellen tegen de schadelijke invloed van ultraviolette straling (UV-straling) in zonlicht, wat de kans op huidkanker kan vergroten. Door de opperhuid heen steken haren. Elke haar is in de huid omgeven door een haarzakje, wat een uitstulping is van de kiemlaag in de lederhuid. Haren groeien van onderen uit dit haarzakje. In de haarzakjes bevinden zich ook talgklieren die talg afscheiden. Talg is een vettige stof die het haar en de hoornlaag soepel houdt.

De lederhuid
Onder de opperhuid ligt de lederhuid. In deze laag bevinden zich bloedvaten, haarspiertjes, zweetklieren met zweetkanaaltjes, zintuigen en uitlopers van zenuwen. In de lederhuid liggen verschillende zintuigen, zoals warmte-, koude-, druk- en tastzintuigen. De tastzintuigen liggen in speciale tastknopjes vlak onder de kiemlaag. Pijn wordt waargenomen met de uiteinden van bepaalde zenuwen, de zogenaamde pijnzintuigen of pijnpunten. Deze komen overal in het lichaam voor (inclusief de kiemlaag), maar niet in de hoornlaag.

Het onderhuidse bindweefsel
Onder de huid ligt het onderhuidse bindweefsel. In deze laag ligt vet opgeslagen in speciale vetcellen, die een grote vacuole hebben om het vet in te bewaren. Dit opgeslagen vet heeft twee belangrijke functies: het dient als reservevoedsel en het vormt een isolerende laag die warmteverlies tegengaat.

Regeling van de lichaamstemperatuur
De mens is een warmbloedig organisme, wat betekent dat we een vrijwel constante lichaamstemperatuur van 37 °C behouden. Dit gebeurt door een voortdurend evenwicht tussen warmteproductie (door verbranding in de cellen) en warmteafgifte aan de omgeving.
Wat gebeurt er als je het te warm krijgt?
Wanneer de lichaamstemperatuur stijgt boven de 37 °C, reageert het lichaam als volgt:
•De warmteproductie wordt verlaagd door minder verbranding (bijvoorbeeld door rustig te blijven en minder te bewegen).
•De bloedvaten in de huid worden wijder. Hierdoor stroomt er meer warm bloed door de huid, kleurt de huid roder en kan er meer warmte aan de omgeving worden afgegeven.
•De zweetklieren produceren meer zweet. Dit zweet verdampt op de huid, waarbij warmte aan het lichaam wordt onttrokken en het lichaam afkoelt.
Wat gebeurt er als je het te koud krijgt?
Wanneer de lichaamstemperatuur daalt onder de 37 °C, treden de volgende reacties op:
•De warmteproductie wordt verhoogd door extra verbranding in de cellen (bijvoorbeeld door te bewegen of te rillen en klappertanden).
•De bloedvaten in de huid worden nauwer. Er stroomt minder warm bloed door de huid, waardoor de huid bleker wordt en er minder warmte verloren gaat.
•De zweetklieren produceren vrijwel geen zweet meer, waardoor er nauwelijks warmte verloren gaat door verdamping.
•De haarspiertjes trekken samen om de haren rechtop te zetten. Bij zoogdieren creëert dit een dikke, isolerende laag warme lucht. Bij mensen is dit zichtbaar als kippenvel.