Les over 2 De lever
De lever

Hoe werkt de lever en wat zijn de belangrijkste functies?
Leerdoelen
•Je kunt de ligging en de drie belangrijkste bloedvaten van de lever benoemen.
•Je kunt de verschillende functies van de lever uitleggen, waaronder de glucoseregulatie, galproductie en eiwitafbraak.
•Je kunt beschrijven hoe de lever afvalstoffen en gifstoffen onschadelijk maakt en uitscheidt.
•Je kunt uitleggen wat hepatitis B is, hoe de besmetting plaatsvindt en wat de gevolgen kunnen zijn.
Ligging en bloedvaten van de lever
De lever ligt rechtsboven in de buikholte, direct tegen het middenrif aan. Het is een zeer actief orgaan dat via drie belangrijke bloedvaten is aangesloten op de bloedsomloop:
•Door de leverslagader stroomt zuurstofrijk bloed naar de lever toe om de levercellen van zuurstof te voorzien.
•Door de poortader stroomt zuurstofarm, maar voedingsstofrijk bloed van de wand van het darmkanaal rechtstreeks naar de lever. Dit bloed kan met name na een maaltijd erg veel glucose en andere voedingsstoffen bevatten.
•Door de leverader stroomt het gezuiverde en verwerkte bloed weer weg uit de lever, terug richting de rest van het lichaam.

Functies van de lever
De lever voert een groot aantal vitale processen uit om het inwendige milieu van het lichaam constant te houden.
Glucoseregulatie
De lever speelt een centrale rol bij het constant houden van het glucosegehalte in het bloed. Wanneer er na een maaltijd veel glucose via de poortader de lever binnenkomt, zet de lever dit overschot aan glucose om in de onoplosbare reservestof glycogeen. Dit glycogeen wordt tijdelijk in de lever opgeslagen. Als het glucosegehalte in het bloed later weer daalt, kan de lever het opgeslagen glycogeen snel weer omzetten in glucose en dit afgeven aan het bloed.

Bewerking van voedingsstoffen en eiwitafbraak
De lever is ook verantwoordelijk voor de verdere bewerking van opgenomen voedingsstoffen:
•De lever kan uit aminozuren (afkomstig van eiwitten) het plasma-eiwit fibrinogeen vormen. Dit eiwit speelt een cruciale rol bij de bloedstolling.
•Omdat eiwitten niet in het lichaam kunnen worden opgeslagen, breekt de lever overtollige eiwitten en aminozuren af. Bij deze afbraak ontstaat de giftige afvalstof ureum. De lever geeft ureum af aan het bloed, waarna de nieren het uit het bloed filteren en uitscheiden via de urine.
Galproductie
De lever produceert continu gal, een groengele vloeistof. Deze gal wordt afgevoerd en tijdelijk opgeslagen in de galblaas. Wanneer er vet voedsel in de twaalfvingerige darm komt, wordt de gal via de galbuis daarheen getransporteerd. Gal bevat geen verteringsenzymen, maar emulgeert vetten: het verdeelt grote vetdruppels in heel veel kleine vetdruppeltjes, waardoor verteringsenzymen er later beter op kunnen inwerken.

Afbraak van afvalstoffen en gifstoffen
De lever fungeert als de grote filter- en reinigingsfabriek van ons lichaam:
•Dode rode bloedcellen worden door de lever afgebroken. Hierbij ontstaan galkleurstoffen, die met de gal worden uitgescheiden. Deze galkleurstoffen verlaten het lichaam via de endeldarm en geven de ontlasting haar kenmerkende bruine kleur.
•De lever haalt schadelijke gifstoffen (zoals alcohol, drugs en medicijnen) uit het bloed en breekt deze af tot onwerkzame stoffen. Deze onschadelijk gemaakte stoffen worden weer aan het bloed afgegeven en vervolgens door de nieren uitgescheiden.
Hepatitis
Wanneer de lever ontstoken raakt door een virus, spreken we van hepatitis. Er bestaan verschillende varianten van deze ziekte. Een bekende vorm is hepatitis B. Besmetting met het hepatitis B-virus kan plaatsvinden via contact met besmet bloed, sperma of vaginaal vocht. De eerste verschijnselen van de ziekte zijn vaak mild, maar op de lange termijn kan hepatitis B ernstige gevolgen hebben, zoals het ontstaan van leverkanker of het afsterven van gezonde levercellen, wat leidt tot levercirrose.
