Les over 3 De bloedvaten

Les over 3 De bloedvaten

Gemaakt door Ainstein
3 De bloedvaten
Deze video bestaat uit
  • BloedvatenBloedvaten
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 04:36
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werken de verschillende bloedvaten in ons lichaam?

Leerdoelen

Je kunt de bouw en functies van de drie typen bloedvaten beschrijven en met elkaar vergelijken.

Je kunt de samenstelling van het bloed in verschillende slagaders en aders verklaren.

Je kunt de belangrijkste bloedvaten in het menselijk lichaam benoemen en hun stroomrichting aangeven.

De drie typen bloedvaten

In het menselijk lichaam bevinden zich drie verschillende typen bloedvaten die samenwerken om het bloed door het hele lichaam te transporteren: slagaders, haarvaten en aders. Elk type heeft een unieke bouw die perfect aansluit bij zijn specifieke functie.

Schematische weergave van een slagader met een dikke, gespierde wand
Schematische weergave van een slagader met een dikke, gespierde wand

Slagaders

Door slagaders stroomt het bloed vanaf het hart naar de organen toe. De wand van een slagader is dik, elastisch en gespierd. Deze stevige wand is nodig omdat de bloeddruk – de kracht waarmee het bloed tegen de wand drukt – in de slagaders erg hoog is. De elasticiteit zorgt ervoor dat de wanden kunnen uitzetten wanneer het hart bloed wegpompt, en de spieren helpen om het bloed verder te duwen. Op plekken waar slagaders dicht bij het oppervlak liggen, zoals in de pols, hals of liezen, kun je de hartslag voelen als de polsslag. Om ze goed te beschermen tegen beschadiging liggen de meeste slagaders diep in het lichaam. In bijna alle slagaders is het bloed rijk aan zuurstof en voedingsstoffen, met uitzondering van de longslagader, die juist zuurstofarm en koolstofdioxiderijk bloed van de rechterharthelft naar de longen vervoert.

Schematische weergave van een haarvat met een zeer dunne wand
Schematische weergave van een haarvat met een zeer dunne wand

Haarvaten

In de organen vertakken de slagaders zich in steeds kleinere en dunnere bloedvaten: de haarvaten. Dit zijn de kleinste bloedvaten van het lichaam. De wand van een haarvat is extreem dun. Hierdoor kunnen stoffen heel gemakkelijk de bloedbaan in- en uitgaan. Zuurstof en water met opgeloste voedingsstoffen (zoals glucose) en hormonen verlaten de haarvaten en komen terecht in de weefselvloeistof. Dit is de vloeistof die rondom de cellen stroomt. De cellen nemen deze stoffen op voor hun verbranding. Afvalstoffen, zoals koolstofdioxide, worden door de cellen afgegeven aan de weefselvloeistof en vervolgens weer opgenomen door de haarvaten. In de haarvaten stroomt het bloed erg langzaam en is de bloeddruk laag. Ook kunnen witte bloedcellen door de dunne wanden van de haarvaten heen dringen om ziekteverwekkers te bestrijden. Daarnaast spelen de haarvaten in de huid een belangrijke rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur:

Wanneer je het koud hebt, spannen kleine spiertjes in de slagaders aan. Hierdoor stroomt er minder bloed door de haarvaten in de huid en koel je minder snel af.

Wanneer je het warm hebt, ontspannen deze spiertjes juist. Er stroomt meer bloed door de haarvaten, waardoor er warmte via de huid aan de lucht kan worden afgegeven.

Schematische weergave van een ader met kleppen die terugstromen van bloed voorkomen
Schematische weergave van een ader met kleppen die terugstromen van bloed voorkomen

Aders

Aan het uiteinde van een orgaan komen de haarvaten weer samen en vormen ze grotere bloedvaten: aders. Aders voeren het bloed vanaf de organen terug naar het hart. Omdat het bloed hier niet meer actief door het hart doorheen wordt gepompt, is de bloeddruk in de aders erg laag en is er geen polsslag voelbaar. De wanden van aders zijn dunner en minder gespierd dan die van slagaders. Omdat het bloed vaak tegen de zwaartekracht in terug naar het hart moet stromen, bevatten aders kleppen. Deze kleppen zorgen ervoor dat het bloed maar in één richting kan stromen: richting het hart. Slagaders en haarvaten hebben geen kleppen. De meeste aders liggen minder diep in het lichaam en zijn soms aan het oppervlak te zien, bijvoorbeeld op de handen en voeten. Het bloed in de aders is meestal zuurstofarm en rijk aan afvalstoffen, behalve in de longaders, die zuurstofrijk bloed van de longen naar de linkerharthelft vervoeren.

Overzicht van de eigenschappen per type bloedvat

In de onderstaande tabel worden de belangrijkste verschillen tussen slagaders, haarvaten en aders overzichtelijk weergegeven:

Kenmerk
Slagaders
Haarvaten
Aders
Stroomrichting
Van het hart af (naar de organen)
Binnen de organen
Naar het hart toe (van de organen af)
Bloeddruk
Hoog
Laag
Laag
Wand
Dik, elastisch en gespierd
Heel dun
Dunner en minder gespierd
Hartslag voelbaar
Ja (polsslag)
Nee
Nee
Ligging
Meestal diep in het lichaam
In de weefsels en organen
Minder diep in het lichaam
Kleppen
Nee
Nee
Ja
Zuurstofgehalte
Meestal hoog (uitzondering: longslagader)
Dalend (stofuitwisseling)
Meestal laag (uitzondering: longader)
Koolstofdioxidegehalte
Meestal laag (uitzondering: longslagader)
Stijgend (stofuitwisseling)
Meestal hoog (uitzondering: longader)

Namen van bloedvaten in het lichaam

Veel bloedvaten dragen de naam van het orgaan waar ze naartoe lopen of waar ze vandaan komen. Zo stroomt er bloed naar de nieren via de nierslagader en stroomt het bloed weer terug via de nierader. Dit geldt ook voor de beenslagader and beenader. De haarvaten in deze organen heten respectievelijk de nierhaarvaten en beenhaarvaten.

Het menselijk bloedvatenstelsel met de belangrijkste slagaders en aders aangegeven
Het menselijk bloedvatenstelsel met de belangrijkste slagaders en aders aangegeven

Er zijn echter een aantal belangrijke uitzonderingen op deze naamgeving:

De aorta en de holle aders

De aorta is de grootste slagader van het lichaam. Deze begint bij de linkerharthelft en pompt zuurstofrijk bloed naar de rest van het lichaam. Omdat de aorta zich direct vertakt in verschillende zijtakken, is deze niet naar één specifiek orgaan vernoemd. De aders die het bloed van de organen terugvoeren, komen uiteindelijk samen in de twee grootste aders van het lichaam: de bovenste holle ader (voor bloed uit het hoofd en de armen) en de onderste holle ader (voor bloed uit de romp en de benen). Beide holle aders monden uit in de rechterharthelft.

De poortader

Een heel belangrijke uitzondering is de poortader. Bloed dat afkomstig is van de maag en de darmen stroomt niet direct terug naar het hart. In plaats daarvan stroomt het via de poortader eerst naar de lever. Dit bloed is zuurstofarm, maar bevat na een maaltijd wel heel veel voedingsstoffen die in de darmen zijn opgenomen. De lever zuivert dit bloed en reguleert de stoffen, waarna het bloed via de leverader naar de onderste holle ader stroomt. De lever heeft dus twee aanvoerende bloedvaten: de poortader (zuurstofarm, voedingsstofrijk) en de leverslagader (zuurstofrijk, afkomstig van de aorta).

De bloedvoorziening van de lever met de poortader en de leverslagader
De bloedvoorziening van de lever met de poortader en de leverslagader

Kransslagaders en kransaders

Omdat het hart een actieve spier is, heeft het zelf ook voortdurend zuurstof en voedingsstoffen nodig. Hiervoor lopen er speciale bloedvaten over de buitenkant van het hart:

De kransslagaders zijn de eerste zijtakken van de aorta. Zij voorzien de hartspier van zuurstofrijk bloed en voedingsstoffen.

De kransaders voeren het zuurstofarme bloed met afvalstoffen vanaf de hartspier weer af en monden direct uit in de rechterharthelft.