Les over 3 Beenverbindingen
Bewegen

Welke soorten beenverbindingen en gewrichten zijn er?
Leerdoelen
•Je kunt de vier verschillende typen beenverbindingen onderscheiden en benoemen.
•Je kunt de onderdelen van een gewricht benoemen en hun functies uitleggen.
•Je kunt de bouw en de werking van een kogelgewricht, rolgewricht en scharniergewricht beschrijven.
Vier soorten beenverbindingen
Als alle botten in je skelet star aan elkaar vastzaten, zou je je niet kunnen bewegen. Zonder verbindingen tussen de botten zou je lichaam echter geen stevigheid hebben. Botten zijn daarom op verschillende manieren met elkaar verbonden. We onderscheiden vier typen beenverbindingen:
•Vergroeiing: Hierbij zijn verschillende botten in de loop van de ontwikkeling volledig met elkaar versmolten tot één geheel. Er is hierdoor geen beweging mogelijk. Een voorbeeld hiervan is het heiligbeen en het staartbeen.
•Naadverbinding: Bij deze verbinding zitten botten via een kronkelige naad stevig aan elkaar vast. Ook hier is geen beweging mogelijk. Een voorbeeld hiervan zijn de schedelbeenderen.
•Kraakbeenverbinding: Botten zijn met elkaar verbonden via een buigzaam laagje kraakbeen. Hierdoor is een klein beetje beweging mogelijk. Dit vind je bijvoorbeeld tussen de ribben en het borstbeen (nodig voor de ademhaling) en tussen de wervels in de wervelkolom.
•Gewricht: Dit is de meest beweeglijke verbinding tussen botten. Gewrichten maken veel beweging mogelijk, zoals in je ledematen.




De bouw van een gewricht
Een gewricht verbindt twee botten op een zeer beweeglijke manier met elkaar. De bouw van een gewricht bestaat uit de volgende vaste onderdelen:
•Gewrichtskogel: het bolle uiteinde van het ene bot dat in de kom van het andere bot past.
•Gewrichtskom: de holle vorm van het andere bot waarin de gewrichtskogel soepel kan draaien.
•Kraakbeenlaagje: een dun, glad laagje kraakbeen dat de gewrichtskogel en de gewrichtskom bedekt. Dit zorgt ervoor dat de botten soepel over elkaar glijden en voorkomt slijtage van het bot.
•Gewrichtskapsel: een taai vlies dat het hele gewricht omsluit. Het houdt de botten stevig op hun plaats en beschermt het gewricht.
•Gewrichtssmeer: een stroperige vloeistof die wordt afgescheiden door de binnenkant van het gewrichtskapsel. Het werkt als een smeermiddel, waardoor het gewricht soepel kan bewegen.
•Kapselbanden: extra stevige banden die om sommige gewrichten (zoals het kniegewricht) heen liggen. Ze lopen vaak kruislings over het gewrichtskapsel heen en zorgen voor extra stabiliteit, zodat de botten niet zomaar uit de kom schieten.

Typen gewrichten
Afhankelijk van de vorm van de gewrichtskogel en de gewrichtskom kunnen botten op verschillende manieren ten opzichte van elkaar bewegen. We onderscheiden drie belangrijke typen gewrichten:
•Kogelgewricht: Bij een kogelgewricht kan de gewrichtskogel in alle richtingen vrij bewegen in de gewrichtskom. Dit type gewricht biedt de grootste bewegingsvrijheid. Voorbeelden zijn het schoudergewricht en het heupgewricht.
•Rolgewricht: Bij een rolgewricht draaien de botten in de lengteas om elkaar heen. Dit maakt een draaiende beweging mogelijk. Een voorbeeld is de verbinding tussen het spaakbeen en de ellepijp in de onderarm.
•Scharniergewricht: Bij een scharniergewricht kan het ene bot alleen heen en weer bewegen ten opzichte van het andere bot, net als een deur die open en dichtgaat. Beweging is dus slechts in één richting mogelijk. Voorbeelden zijn het ellebooggewricht, het kniegewricht en de gewrichten tussen de vinger- en teenkootjes.

Overzicht van de typen gewrichten
In de onderstaande tabel zie je de eigenschappen van de drie typen gewrichten overzichtelijk op een rij:
Type gewricht | Beschrijving van de bouw | Bewegingsmogelijkheid | Voorbeelden in het lichaam |
|---|---|---|---|
Kogelgewricht | Een ronde kogel draait in een holle kom. | Beweging in vrijwel alle richtingen mogelijk. | Schoudergewricht, heupgewricht. |
Rolgewricht | Botten draaien in de lengteas om elkaar heen. | Alleen een draaiende beweging mogelijk. | Verbinding tussen spaakbeen en ellepijp. |
Scharniergewricht | Het ene bot beweegt als een scharnier ten opzichte van het andere. | Alleen een beweging heen en terug in één vlak mogelijk. | Kniegewricht, ellebooggewricht, gewrichten tussen vingerkootjes. |