Les over 4 De iris en de ooglens
Werking van het oog

De iris en de ooglens: hoe zorgen ze voor scherp beeld?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe het oog een omgekeerd en verkleind beeld vormt.
•Je kunt de werking van de pupilreflex en de rol van de irisspieren hierin beschrijven.
•Je kunt uitleggen hoe de ooglens lichtstralen breekt.
•Je kunt beschrijven hoe de ooglens en de kringspieren samenwerken om scherp te stellen op voorwerpen veraf en dichtbij.
•Je kunt het begrip accommoderen uitleggen en beschrijven waarom dit bij oudere mensen minder goed verloopt.
Beeldvorming in het oog
Wanneer je naar een voorwerp kijkt, valt er licht je oog binnen. Het oog werkt hierbei net als een camera: er wordt een omgekeerd en verkleind beeld gevormd op het netvlies achter in het oog. Je hersenen zorgen er vervolgens voor dat je dit beeld weer rechtop waarneemt.

De pupilreflex
Als er te fel licht in je oog valt, kunnen de zintuigcellen in het netvlies beschadigd raken. Om deze cellen te beschermen, regelt je oog de hoeveelheid licht die binnenkomt met de pupilreflex. Dit is een automatische reactie (reflex) waarbij de pupil groter of kleiner wordt gemaakt door spiertjes in de iris:
•Kringspieren: deze spieren lopen rondom de pupil. Wanneer er fel licht is, trekken de kringspieren samen, waardoor de pupil kleiner wordt en er minder licht het oog binnenkomt.
•Straalsgewijs lopende spieren: deze spieren lopen van de pupil naar de buitenrand van de iris. Wanneer er zwak licht is, trekken deze spieren samen, waardoor de pupil groter wordt en er juist meer licht binnenkomt.

Lichtbreking en de ooglens
Om scherp te kunnen zien, moeten lichtstralen die het oog binnenvallen worden afgebogen. Dit noemen we lichtbreking. In het oog gebeurt deze lichtbreking voornamelijk door het hoornvlies en de ooglens. De ooglens is een bolle lens (ook wel een positieve lens genoemd), die de lichtstralen naar elkaar toe buigt. In tegenstelling tot een glazen lens is de menselijke ooglens elastisch. Hierdoor kan de lens van vorm veranderen en zowel platter als boller worden.
Scherpstellen op verschillende afstanden
De ooglens hangt met behulp van lensbandjes in een cirkel van kringspieren. Omdat het glasachtig lichaam in de oogbol onder druk staat, verandert de vorm van de lens afhankelijk van de spanning op deze spieren:
•Veraf zien: Als je in de verte kijkt, ontspannen de kringspieren rondom de lens zich. Door de druk van het glasachtig lichaam wordt de opening van de kringspieren groter. De lensbandjes worden hierdoor strak gespannen en trekken de ooglens plat. Een platte lens breekt het licht minder sterk, wat nodig is om voorwerpen in de verte scherp te zien.
•Dichtbij zien: Als je naar een voorwerp dichtbij kijkt (minder dan 5 meter), trekken de kringspieren samen. De opening waarin de lens hangt wordt kleiner, waardoor de lensbandjes verslappen. De ooglens is elastisch en trekt zich samen tot een bollere vorm. Een bolle lens breekt het licht sterker, waardoor je dichtbij scherp kunt zien.

Accommoderen
Het automatisch aanpassen van de sterkte en vorm van de ooglens om op elke afstand scherp te kunnen zien, noem je accommoderen. Door dit proces wordt er bij elke afstand een scherp, omgekeerd en verkleind beeld op het netvlies gevormd. Wanneer mensen ouder worden, neemt de elasticiteit van de ooglens af. De lens kan daardoor minder goed bol worden. Dit is de reden dat oudere mensen vaak een leesbril nodig hebben om voorwerpen van dichtbij scherp te kunnen zien.