Les over 1 Het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel

Hoe werkt het zenuwstelsel van ons menselijk lichaam?
Leerdoelen
•Je kunt de onderdelen van het centrale zenuwstelsel en de zenuwen benoemen.
•Je kunt de functies van de verschillende onderdelen van het zenuwstelsel uitleggen.
•Je kunt het verschil tussen een prikkel en een impuls uitleggen en hierbij voorbeelden noemen.
•Je kunt beschrijven hoe het zenuwstelsel samenwerkt met zintuigen, spieren en klieren om te reageren op de omgeving.
De bouw van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel zorgt ervoor dat je informatie uit je omgeving opneemt, verwerkt en hierop reageert. Het zenuwstelsel bestaat uit twee hoofddelen: het centrale zenuwstelsel en de zenuwen. Het centrale zenuwstelsel bestaat uit de grote hersenen, de kleine hersenen, de hersenstam en het ruggenmerg. De zenuwen lopen door het hele lichaam en verbinden het centrale zenuwstelsel met alle organen, zoals je zintuigen, spieren en klieren.

Prikkels en impulsen
Je zintuigen nemen voortdurend veranderingen in de omgeving of in je eigen lichaam waar. Zo'n verandering wordt een prikkel genoemd. Een prikkel is een invloed uit het milieu op een organisme, zoals lichtstralen die je ogen opvangen of geuren die je neus binnendringen. Wanneer een zintuigcel een prikkel waarneemt, ontstaat er een impuls. Impulsen zijn elektrische signalen die door zenuwen kunnen worden voortgeleid naar het centrale zenuwstelsel.
De werking van het zenuwstelsel
Het zenuwstelsel verwerkt de binnenkomende impulsen en regelt de reactie van je lichaam door spieren en klieren aan te sturen. Dit proces verloopt in een vaste volgorde:
1.Een zintuig neemt een prikkel waar (bijvoorbeeld het zien van een sinaasappel).
2.In de zintuigcellen ontstaan impulsen (elektrische signalen).
3.De zenuwen geleiden deze impulsen naar de hersenen.
4.De hersenen verwerken de impulsen. Je wordt je bewust van de waarneming en er wordt besloten tot een reactie.
5.De hersenen sturen nieuwe impulsen via de zenuwen naar de spieren of klieren.
6.De spieren of klieren reageren op de impulsen. Spieren trekken zich samen (bijvoorbeeld om de sinaasappel te pakken) en klieren scheiden stoffen af (zoals speekselklieren die speeksel produceren).

Regulatie van automatische processen
Naast bewuste reacties regelt het zenuwstelsel, samen met het hormoonstelsel, ook veel automatische processen in je lichaam. Denk hierbij aan je ademhaling en je hartslag. Tijdens lichamelijke inspanning, zoals sporten, zorgt het zenuwstelsel ervoor dat je ademhaling en hartslag versnellen. Hierdoor krijgen je spieren snel genoeg zuurstof en voedingsstoffen toegevoerd om goed te kunnen blijven functioneren en in evenwicht te blijven.