Les over 4 De hersenen

Les over 4 De hersenen

Gemaakt door Ainstein
4 De hersenen
Deze video bestaat uit
  • De hersenen en het hormoonstelselDe hersenen en het hormoonstelsel
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 04:53
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werken de menselijke hersenen en wat is hun functie?

Leerdoelen

Je kunt de verschillende delen van de hersenen en hun functies benoemen.

Je kunt het verschil tussen de grijze stof en de witte stof in de hersenen uitleggen.

Je kunt de invloed van medicijnen, alcohol en drugs op het zenuwstelsel beschrijven.

Je kunt de risico's van het gebruik van verslavende middelen en de kenmerken van verslaving benoemen.

De opbouw van de hersenen

De menselijke hersenen zijn zeer complex en bestaan uit zo'n honderd miljard zenuwcellen. We kunnen de hersenen onderverdelen in drie hoofdgebieden: de hersenstam, de grote hersenen en de kleine hersenen.

Zijaanzicht van de menselijke hersenen met de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam
Zijaanzicht van de menselijke hersenen met de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam

De hersenstam

De hersenstam ligt in het verlengde van het ruggenmerg. Dit deel van de hersenen speelt een cruciale rol bij het geleiden van impulsen:

Van het ruggenmerg naar de grote en kleine hersenen, en omgekeerd.

Van de zintuigen in het hoofd en de hals naar de grote en kleine hersenen.

Van de grote en kleine hersenen naar de spieren en klieren in het hoofd en de hals.

Daarnaast reguleert de hersenstam vitale levensfuncties waar je niet bewust bij nadenkt, zoals de hartslag, ademhaling, bloeddruk en de lichaamstemperatuur.

De grote hersenen

De grote hersenen bestaan uit een linkerhelft en een rechterhelft en zijn sterk geplooid. De opbouw bestaat uit twee verschillende weefsels:

De hersenschors: dit is het buitenste, geplooide gedeelte dat bestaat uit de grijze stof. Hierin liggen de cellichamen van de schakelcellen van de hersenen. In de grijze stof worden impulsen verwerkt en vindt de bewustwording van prikkels plaats.

Het binnenste gedeelte: dit bestaat uit de witte stof. Hierin liggen de uitlopers van de schakelcellen die de impulsen geleiden.

Pas wanneer impulsen van de zintuigen in de grote hersenen zijn verwerkt, word je je bewust van een prikkel. De plaats waar de impulsen aankomen, bepaalt wat je precies waarneemt, zoals horen, zien of ruiken.

Hersencentra

In de hersenschors liggen de cellichamen van schakelcellen in groepen bij elkaar. Deze groepen noemen we hersencentra. Er zijn twee hoofdtypen centra:

Gevoelscentra: deze ontvangen en verwerken informatie die afkomstig is van de zintuigen. Een voorbeeld hiervan is het gezichtscentrum, waar impulsen van de oogzenuwen aankomen.

Bewegingscentra: deze sturen spieren of klieren aan om bewuste bewegingen te maken, zoals zwaaien naar iemand.

In beide hersenhelften liggen zowel gevoelscentra als bewegingscentra.

De hersenschors met de ligging van verschillende hersencentra zoals bewegingscentra, gevoelscentra, reuk en smaak
De hersenschors met de ligging van verschillende hersencentra zoals bewegingscentra, gevoelscentra, reuk en smaak

De kleine hersenen

De kleine hersenen bestaan net als de grote hersenen uit een linker- en rechterhelft, met een geplooide buitenste laag van grijze stof en een binnenste deel van witte stof. De belangrijkste functie van de kleine hersenen is het coördineren van alle bewegingen van je lichaam. Deze coördinatie zorgt ervoor dat bewegingen soepel op elkaar zijn afgestemd, waardoor je bijvoorbeeld je evenwicht kunt bewaren of een bal kunt vangen.

Stoffen die het zenuwstelsel beïnvloeden

Verschillende stoffen, zoals medicijnen, alcohol, tabak en drugs, hebben invloed op de werking van het zenuwstelsel. Ze kunnen de overdracht van impulsen tussen zenuwcellen stimuleren (bevorderen) of juist remmen.

Medicijnen

Sommige medicijnen remmen de werking van het zenuwstelsel:

Pijnstillers: deze zorgen ervoor dat impulsen van pijnzintuigen de hersenen niet bereiken, waardoor je geen pijn voelt.

Slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen: deze remmen de impulsgeleiding en maken je suf, waardoor je reactievermogen en waarnemingsvermogen afnemen. Dit kan gevaarlijk zijn in het verkeer.

Drugs

Drugs beïnvloeden het centrale zenuwstelsel en veranderen je gevoelens, bewustzijn en zintuiglijke waarnemingen. We verdelen drugs in drie groepen:

1.Verdovende middelen (downers): geven een ontspannen, rustig en blij gevoel. Ze vertragen de hartslag en ademhaling, ontspannen de spieren en verminderen het reactievermogen. Voorbeelden zijn alcohol, GHB en heroïne.

2.Stimulerende middelen (uppers): geven het gevoel van meer energie en zelfvertrouwen. Ze versnellen de hartslag en ademhaling en spannen de spieren aan. Voorbeelden zijn energiedrankjes, tabak en xtc.

3.Bewustzijnsveranderende middelen (trippers): verstoren de waarneming en veranderen de stemming, waardoor je dingen kunt zien die er niet zijn. Ze verhogen de hartslag en bloeddruk licht. Voorbeelden zijn cannabis (hasj en wiet) en paddo's.

Sommige middelen hebben een gecombineerd effect. Cannabis werkt bijvoorbeeld verdovend, maar kan ook licht stimulerend en bewustzijnsveranderend werken.

Risico's en verslaving

Het gebruik van alcohol, tabak en drugs brengt grote risico's met zich mee, vooral voor jongeren omdat hun hersenen nog in de groei en ontwikkeling zijn. Een groot risico is het ontstaan van een verslaving, waarbij je afhankelijk bent geworden van een middel en niet meer zonder kunt. Bij tabak stimuleert de stof nicotine bijvoorbeeld de aanmaak van dopamine in de hersenen, een stof die een prettig gevoel geeft. Hierdoor ontstaat de behoefte om dit gevoel telkens opnieuw te ervaren. Na verloop van tijd treedt er tolerantie op: je hebt steeds meer van de stof nodig om hetzelfde effect te bereiken. We maken onderscheid tussen twee soorten afhankelijkheid:

Lichamelijke afhankelijkheid: wanneer je stopt met het middel, protesteert je lichaam en krijg je last van ontwenningsverschijnselen, zoals trillen of misselijkheid.

Geestelijke afhankelijkheid: je hebt psychisch het gevoel niet meer zonder het middel te kunnen functioneren en voelt je onrustig of down als je het niet gebruikt.

Wetgeving en veiligheid

In Nederland is de verkoop en het gebruik van alcohol en tabak legaal vanaf 18 jaar. Het bezit en gebruik van de meeste drugs is illegaal, hoewel het gebruik van cannabis wordt gedoogd. Omdat illegale drugs niet gecontroleerd worden, is de exacte samenstelling vaak onbekend, wat extra gezondheidsrisico's met zich meebrengt.