Les over 5 Voortplanting
Voortplanting bij planten

Hoe werkt de voortplanting bij verschillende planten?
Leerdoelen
•Je kunt het verschil tussen geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting bij planten uitleggen.
•Je kunt verschillende manieren van ongeslachtelijke voortplanting beschrijven en herkennen.
•Je kunt de onderdelen van een bloem benoemen en hun functies toelichten.
•Je kunt het verschil tussen eenslachtige en tweeslachtige bloemen uitleggen.
Ongeslachtelijke voortplanting
Bij ongeslachtelijke voortplanting is er maar één individu nodig om een nieuw organisme te laten ontstaan. Een deel van een plant groeit hierbij uit tot een nieuw individu. Dit proces vindt plaats door middel van mitose (gewone celdelingen). Na de mitose bevatten de dochtercellen exact dezelfde informatie voor erfelijke eigenschappen als de moedercel. Hierdoor hebben alle nakomelingen na ongeslachtelijke voortplanting hetzelfde genotype als de ouderplant.
Vormen van ongeslachtelijke voortplanting
Er zijn verschillende manieren waarop planten zich ongeslachtelijk kunnen voortplanten:
•Stekken: Hierbij wordt een stuk van een stengel of een blad afgesneden. Op het snijvlak vormen zich vervolgens nieuwe wortels, waarna het stekje uitgroeit tot een volledige nieuwe plant. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij de siernetel.

•Knollen: Dit zijn verdikte stengels waarin reservevoedsel wordt opgeslagen. In deze verdikte stengels ontstaan knoppen. Uit een knol groeit een nieuwe plant, die vervolgens zelf weer nieuwe knollen vormt. Een voorbeeld hiervan is schedefonteinkruid of de aardappelplant.

•Bollen: Een bol bestaat uit een bolschijf met daaromheen dikke, vlezige bladeren die rokken worden genoemd. Tussen deze rokken bevinden zich knoppen. Wanneer een bol uitloopt, groeit er uit de eindknop een nieuwe plant. Hierbij wordt het reservevoedsel uit de rokken verbruikt, waardoor deze verschrompelen. De overige knoppen ontwikkelen zich tot nieuwe bollen. Dit zie je bij uien, tulpen en narcissen.

•Enten: Bij enten wordt een deel van een plant, de ent, op een deel van een andere plant geplaatst, de onderstam. De vaatbundels van de ent groeien vervolgens vast aan de vaatbundels van de onderstam, waardoor ze samen één plant vormen. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan bij druivenplanten.

•Uitlopers: Dit zijn horizontaal groeiende stengels die boven de grond liggen. Op bepaalde plaatsen aan deze stengels ontstaan jonge planten. Wanneer deze jonge planten worden gescheiden van de ouderplant, ontwikkelen ze zich zelfstandig verder. Dit komt voor bij de aardbeienplant.
•Wortelstokken: Dit zijn horizontaal groeiende stengels die onder de grond liggen. Net als bij uitlopers ontstaan hieraan jonge planten die na scheiding zelfstandig verder groeien. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij het lelietje-van-dalen.

Geslachtelijke voortplanting
Bij geslachtelijke voortplanting versmelten de kernen van twee geslachtscellen met elkaar. Hierdoor ontstaat een bevruchte eicel, die kan uitgroeien tot een nieuw individu. De vorming van geslachtscellen vindt plaats door middel van meiose (reductiedeling). Na de meiose bevat elke dochtercel nog maar de helft van het aantal chromosomen van de moedercel. Omdat er bij de bevruchting op een willekeurige manier twee geslachtscellen met elkaar versmelten, ontstaan er bij geslachtelijke voortplanting nakomelingen met telkens nieuwe genotypen.
De bouw en functie van bloemen
Bloemen spelen een cruciale rol bij de geslachtelijke voortplanting van zaadplanten. Hoewel bloemen er heel verschillend uit kunnen zien, zijn ze in de basis op een vergelijkbare manier opgebouwd:
•Bloemkroon: Deze bestaat uit de kroonbladeren. Bij veel planten zijn deze bladeren groot en opvallend gekleurd om insecten te lokken. Bij andere planten, zoals grassen, zijn ze klein en groen, waardoor de bloemen nauwelijks opvallen. Kroonbladeren kunnen met elkaar vergroeid zijn of juist los van elkaar zitten.
•Bloemkelk: Deze bestaat uit de meestal groene kelkbladeren. Wanneer de bloem nog in de knop zit, beschermt de bloemkelk de rest van de bloem tegen kou en uitdroging. Bij het opengaan van de bloem vallen de kelkbladeren soms direct af. Ook kelkbladeren kunnen vergroeid of los van elkaar zijn.
•Meeldraden: Dit zijn de mannelijke voortplantingsorganen van de plant. Een meeldraad bestaat uit een helmdraad en een helmknop. In de helmknop ontstaat door meiose stuifmeel, dat bestaat uit stuifmeelkorrels. Een stuifmeelkorrel is de mannelijke geslachtscel. Wanneer de helmknop openspringt, komen de stuifmeelkorrels vrij. Ze hebben een stevige wand die hen beschermt tegen uitdroging.
•Stampers: Dit zijn de vrouwelijke voortplantingsorganen van de plant. Een stamper bestaat uit een stempel, een stijl en een vruchtbeginsel. In het vruchtbeginsel bevinden zich één of meer zaadbeginsels. In elk zaadbeginsel ontstaat door meiose één eicel, de vrouwelijke geslachtscel. Elke eicel kan door slechts één stuifmeelkorrel worden bevrucht. Bloemen kunnen één of meerdere stampers hebben, die soms verschillend gebouwd zijn (bijvoorbeeld met meerdere stijlen of juist zonder stijl).

Eenslachtige en tweeslachtige bloemen
We maken onderscheid tussen bloemen op basis van de aanwezige voortplantingsorganen:
•Tweeslachtige bloemen: Deze bloemen bevatten zowel meeldraden als stampers. De bloem heeft dus zowel mannelijke als vrouwelijke voortplantingsorganen.
•Eenslachtige bloemen: Deze bloemen hebben slechts één van de twee voortplantingsorganen. We verdelen ze in:
•Mannelijke bloemen: Bloemen die alleen meeldraden bevatten.
•Vrouwelijke bloemen: Bloemen die alleen stampers bevatten.
