Les over 1 Bladeren

Les over 1 Bladeren

Gemaakt door Ainstein
1 Bladeren
Deze video bestaat uit
  • BladerenBladeren
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 02:51
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werken bladeren en fotosynthese van een plant?

Leerdoelen

Je kunt de verschillende weefsels en onderdelen van een blad benoemen en hun functie uitleggen.

Je kunt het proces van fotosynthese beschrijven en de benodigde stoffen en producten noemen.

Je kunt uitleggen hoe planten stevigheid krijgen door water in de vacuole.

Je kunt de werking en functie van de huidmondjes en sluitcellen verklaren.

De bouw van bladeren

Bladeren zijn ingenieus opgebouwd uit verschillende lagen en weefsels die samenwerken om de plant in leven te houden. Een blad bestaat uit de volgende onderdelen:

De opperhuid: de buitenste beschermlaag van het blad. Hierin liggen de huidmondjes, die zorgen voor de opname en afgifte van gassen. In de opperhuidcellen zelf zitten geen bladgroenkorrels, behalve in de sluitcellen van de huidmondjes.

Het weefsel met bladgroenkorrels: dit vormt het grootste deel van het blad. Alleen in de cellen met bladgroenkorrels kan fotosynthese plaatsvinden.

De vaatbundels: deze transportkanalen vervoeren water en opgeloste stoffen van de wortels naar de bladeren. In de bladeren vertakken de vaatbundels zich in fijne nerven, zodat het water alle cellen kan bereiken. In de vaatbundels zelf zitten geen bladgroenkorrels.

Doorsnede van een blad met weergave van de opperhuid, het weefsel met bladgroenkorrels, een vaatbundel en een huidmondje
Doorsnede van een blad met weergave van de opperhuid, het weefsel met bladgroenkorrels, een vaatbundel en een huidmondje

Fotosynthese: de energiebron van de plant

In de groene delen van een plant, zoals de bladeren en stengels, bevinden zich bladgroenkorrels. Deze korrels zijn essentieel voor het overleven van de plant, omdat ze glucose maken. Glucose is een belangrijke voedingsstof die de plant gebruikt om te groeien en andere stoffen van te maken.

Cellen van een plant met daarin duidelijk zichtbare groene bladgroenkorrels
Cellen van een plant met daarin duidelijk zichtbare groene bladgroenkorrels

Het proces waarin glucose wordt gemaakt, heet fotosynthese. Voor fotosynthese zijn twee stoffen nodig:

Koolstofdioxide (CO2): dit gas neemt de plant via de huidmondjes op uit de lucht.

Water (H2O): dit wordt door de wortels uit de bodem opgenomen en via de vaatbundels naar de bladeren vervoerd.

Onder invloed van (zon)licht, dat dient als energiebron, zetten de bladgroenkorrels deze stoffen om in glucose en zuurstof (O2). De zuurstof die ontstaat, wordt voor het grootste deel via de huidmondjes weer afgegeven aan de lucht.

Schematische weergave van de chemische reactie van fotosynthese: koolstofdioxide en water worden met behulp van licht omgezet in glucose en zuurstof
Schematische weergave van de chemische reactie van fotosynthese: koolstofdioxide en water worden met behulp van licht omgezet in glucose en zuurstof

Fotosynthese kan alleen plaatsvinden onder de juiste omstandigheden: er is licht nodig en de temperatuur moet geschikt zijn. Als het te koud is, vindt er geen fotosynthese plaats.

Stevigheid door water

Planten hebben geen botten, maar blijven toch rechtop staan. Deze stevigheid danken ze aan water. In de plantencellen bevindt zich een grote blaas gevuld met vocht: de vacuole. Wanneer de vacuole goed gevuld is met water, drukt het vocht de cel tegen de celwand aan. Omdat de celwand stevig is en maar een klein beetje kan uitrekken, duwt deze terug. Dit zorgt voor spanning in de cel, vergelijkbaar met een stevig opgepompte fietsband. De stevigheid van de plant hangt dus direct samen met de hoeveelheid water in de cellen. Als een plant te weinig water krijgt, neemt de druk in de vacuolen af en zal de plant verwelken.

Detailopname van plantencellen met de vacuole die zorgt voor de stevigheid van de cel
Detailopname van plantencellen met de vacuole die zorgt voor de stevigheid van de cel

De werking van huidmondjes

Een plant verdampt voortdurend water via de huidmondjes in de bladeren en stengels. Om te voorkomen dat de plant te veel water verliest, kunnen de huidmondjes openen en sluiten. Dit gebeurt met behulp van twee speciale cellen: de sluitcellen. Dit zijn de enige cellen in de opperhuid die wel bladgroenkorrels bevatten.

Schematische tekening van een open en een gesloten huidmondje met de omringende sluitcellen
Schematische tekening van een open en een gesloten huidmondje met de omringende sluitcellen

Het openen en sluiten werkt als volgt:

Huidmondje open: wanneer de stevigheid (waterdruk) in de sluitcellen toeneemt, zwellen ze op en veranderen ze van vorm. Hierdoor wordt de opening tussen de cellen groter en gaat het huidmondje open.

Huidmondje dicht: wanneer de stevigheid in de sluitcellen afneemt, veranderen ze terug van vorm. De opening wordt kleiner en het huidmondje sluit zich.

's Nachts zijn vrijwel alle huidmondjes gesloten om waterverlies te beperken. Ook overdag kan een plant bij droge omstandigheden de huidmondjes sluiten. Let op: als de huidmondjes gesloten zijn, kan de plant geen koolstofdioxide opnemen en vindt er dus geen fotosynthese plaats.