Leerdoelen
•Je kunt de keuze voor het huren of kopen van een woonhuis financieel uitleggen en berekenen
•Je kunt de voor- en nadelen van huren in vergelijking met kopen noemen
•Je kunt de functie van de verschillende partijen op de hypotheekmarkt noemen
Huren of kopen
Huren
Als je huurt zijn er vaste kosten:
•Huur: Dit is het bedrag dat je maandelijks betaalt aan de verhuurder.
•Gas, water en licht: Deze kosten zijn ook van toepassing op huurders.
•Gemeentelijke belastingen: Dit zijn extra kosten die aan de gemeente moeten worden betaald.
•Internet en TV: Ook deze standaard kosten komen vaak voor.
Kopen
Bij het kopen van een huis heb je ook verschillende kosten:
•Hypotheeklasten: Je betaalt maandelijks aflossing en rente aan de bank.
•Gas, water en licht: Deze kosten zijn hier ook aanwezig.
•Gemeentelijke belastingen: Ook kopers moeten dit betalen.
•Onderhoudskosten: Als huiseigenaar ben je verantwoordelijk voor alle onderhoudskosten van je huis.
•Eigenwoningforfait: Dit is de extra belasting die je moet betalen als je een eigen woning hebt.

Belastingvoordeel kopen
Kopers hebben belastingvoordeel door hypotheekrenteaftrek. Zo is bij een annuïteitenhypotheek de hypotheekrenteaftrek in het begin erg hoog, maar wordt steeds wat minder. Het eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde. In een tabel, die je bij een toets of examen krijgt, kun je opzoeken welk percentage voor jouw woning geldt.

Voor- en nadelen van huren
Voordelen van huren
•Je kunt op elk moment opzeggen en bent mobieler.
•Je bent niet verantwoordelijk voor onderhoudskosten.
•Geen hypotheek nodig.
•Inflatie van huurprijzen is gecontroleerd door de overheid.
•Je hebt soms recht op huurtoeslag.
•Geen opstalverzekering.
•Lage instapkosten.
Nadelen van huren
•Je kunt jaarlijks geconfronteerd worden met huurverhogingen.
•Je mag niet zomaar verbouwen of aanpassen.
•Geen vermogensopbouw.
•Lange wachtlijsten voor sociale huur.
De hypotheekmarkt en belangrijke spelers
Belangrijke spelers
Bij de aankoop van een huis betrokken spelers zijn:
De koper: de persoon die het huis wil kopen.
De bank: de instelling die de hypotheek verstrekt.
De makelaar: de persoon die helpt bij het vinden en aankopen van het huis.
De notaris: de persoon die de juridische aspecten en het opstellen van contracten regelt.
De financieel adviseur: helpt bij het begrijpen van de hypotheek en de financiële situatie.





