Een klant koopt een product met een verkoopprijs van €254,10 inclusief 21% btw. Hetzelfde product koopt het bedrijf in voor €157,30 inclusief 21% btw.
Bereken de brutowinst per product


Jorik PijnackerEen klant koopt een product met een verkoopprijs van €254,10 inclusief 21% btw. Hetzelfde product koopt het bedrijf in voor €157,30 inclusief 21% btw.
Bereken de brutowinst per product
•Je kunt de brutowinstopslag berekenen
•Je kunt berekenen hoe hoog de verkoopprijs inclusief BTW is als de verkoopprijs exclusief BTW bekend is (en vice versa)
Brutowinstopslag is het bedrag dat een bedrijf optelt bij de inkoopprijs van zijn producten om een brutowinst te behalen. De berekening van de brutowinstopslag kent drie varianten die vaak gevraagd worden op toetsen, deze moet je kennen.
Bij deze variant is de brutowinst een percentage van de omzet. Stel, de omzet is € 1000 en de bruto winst is 20% van deze omzet. Als de omzet 100% is en de brutowinst 20% van de omzet, dan is de inkoopwaarde van de omzet (IWO) het resterende deel: 100% - 20% = 80%.
Berekening:
•Inkoopwaarde van de omzet = 1000 (omzet) × 0,8 (IWO 80%) = € 800
•Brutowinst = 1000 (omzet) × 0,2 (afkomstig van 20%) = € 200

Hier is de brutowinst 20% van de inkoopwaarde van de omzet. Als de IWO 100% is, dan is de omzet 120% om de berekening kloppend te maken.
Berekening:
•Inkoopwaarde van de omzet = 1000 (omzet) / 1,2 (afkomstig van 120%) = € 833,33
•Brutowinst = (1000 (omzet) / 1,2) × 0,2 (afkomstig van 20%) = € 166,67

In deze variant is de IWO 20% van de omzet.
Berekening:
•Inkoopwaarde van de omzet = 1000 (omzet) × 0,2 (afkomstig van 20%) = € 200
•Brutowinst = 1000 (omzet) × 0,8 (afkomstig van 80%) = € 800

Btw staat voor belasting over de toegevoegde waarde. Het is de belasting die wordt geheven bij de verkoop van goederen en diensten en wordt betaald door de consument die goederen of diensten aanschaft. Er zijn twee situaties bij een belastingtarief van 21%: inclusief btw (121%) en exclusief btw (100%). Hier worden op toetsen in twee varianten vragen over gesteld. Hieronder vind je van beide varianten een voorbeeld.
Stel, de omzet is € 1000 exclusief btw (21%). De omzet inclusief btw wordt dan als volgt berekend:
Berekening:
•btw = 1000 × 0,21 (afkomstig van 21%) = € 210
•Omzet inclusief btw = 1000 + 210 = € 1210

Als de omzet inclusief btw wordt gegeven, bijvoorbeeld € 1000 inclusief 21% btw. De omzet exclusief btw wordt dan als volgt berekend:
Berekening:
•Omzet exclusief btw = 1000 / 1,21 (afkomstig van 121%) = € 826,45

Let op: Verwar dit niet met het simpelweg aftrekken van 21%, wat een veelgemaakte fout is.
•In een liquiditeitsbegroting wordt gewoonlijk met bedragen inclusief btw gerekend.
•Op een resultaatrekening of winst- en verliesrekening wordt juist met bedragen exclusief btw gerekend.
•Op een balans staan debiteuren en crediteuren inclusief btw, terwijl andere posten exclusief btw zijn.
Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!
Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.
Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.







