Ada en Chris hebben plannen om te trouwen en daarna een huis te kopen. Voor de aankoop van een huis willen ze eigen geld inbrengen:
Chris € 50.000 en Ada € 25.000. Omdat Chris meer spaargeld inbrengt wil hij in geval van een scheiding een groter aandeel van de waardestijging van het huis. Ada is hiermee akkoord.
Ada en Chris gaan trouwen in de vorm waarbij dit mogelijk is.
