Beschrijf wat een Hadley cel is.
Leerdoelen
•Wat ontstaan hoge en lage luchtdruk?
•Hoe ontstaat wind?
•Wat is de samenhang tussen neerslag (of gebrek daaraan) en breedteligging?
Hoge en lage luchtdruk
Het fenomeen van atmosferische circulatie, ook wel het windsysteem genoemd, is essentieel voor een goed begrip van wereldwijde weerpatronen, betrokken bij drukgebieden en luchtstromen. Het biedt inzicht in de beweging van lucht van regio's met een hoge luchtdruk naar gebieden met een lage luchtdruk. Wanneer warme lucht opstijgt, vermindert de luchtdruk aan het aardoppervlak, wat een lagedrukgebied veroorzaakt. Aan de andere kant zorgt dalende koude lucht voor een toename in de luchtdruk, wat leidt tot een hogedrukgebied. Dit is de kern van hoe luchtcirculatie werkt.

Dit principe zie je steeds op aarde terug en wordt ook wel een Hadley-cell genoemd. Een Hadley-Cell is het principe waarbij een atmosferische circulatiecel die opstijgt bij de evenaar, afkoelt en daalt bij ongeveer 30 graden noorder- of zuiderbreedte, en terugkeert naar de evenaar. Deze cyclische beweging draagt bij aan het vestigen van de basiskarakteristieken van het wereldwijde klimaat, waaronder de vorming van de tropische regenzones en de subtropische woestijnen.
Hoge en lagedrukgebieden
We observeren vaste lage drukgebieden rondom de evenaar, bekend als het equatoriaal minimum. Deze regio, constant getroffen door de rechtstreekse zonnestralen, wordt omgeven door de intertropische convergentiezone (ITCZ), een band die bijdraagt aan het aantrekken van lucht. Hogedrukgebieden zijn daarentegen te vinden bij de polen, waar afgekoelde lucht daalt en een hogere luchtdruk veroorzaakt. Deze dichotomie van drukgebieden verklaart de richting van windbewegingen op onze planeet.

Passaten en de wet van Buys-Ballot
De structurele winden die voortdurend naar de evenaar waaien, worden passaten genoemd. De rotatie van de aarde heeft echter invloed op de richting van deze winden, resulterend in een afwijking: naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond. Deze afwijking wordt het corioliseffect genoemd.
Het corioliseffect werd beschreven in de wet van Buys-Ballot. Deze natuurkundige legde uit dat winden niet rechtstreeks van hogedruk- naar lagedrukgebieden stromen, maar een gebogen pad volgen, afhankelijk van of zij zich op het noordelijk of zuidelijk halfrond bevinden.

Hoge luchtdruk-gebieden
Rond de 30 graden noorder- en zuiderbreedte vind je significante hoge-drukgebieden, gekenmerkt door grote woestijnen zoals de Sahara. Dit komt doordat de aldaar dalende, afgekoelde en droge lucht weinig tot geen neerslag brengt. Het vermogen van koude lucht om vocht vast te houden is minimaal, wat resulteert in droge omstandigheden binnen deze hogedrukgebieden.
Wind/vochtige lucht
De eigenschappen van wind zijn sterk afhankelijk van het oppervlak waarover het beweegt. Wind die over water beweegt, neemt vocht op, waardoor aanlandige winden vaak nat zijn. In tegenstelling daarmee brengt wind die van land af komt, bekend als aflandige wind, weinig vocht mee. Dit verschil in vochtigheid van wind verklaart waarom gebieden rond de evenaar vaak vochtig zijn, terwijl gebieden rond de 30 graden breedte droge omstandigheden kennen, zoals woestijnen.













