Noem twee problemen van woningen in oudere wijken.
Leerdoelen
•Je kunt de problemen die vaak voorkomen in oudere wijken en buurten benoemen.
•Je kunt de verschillende aanpakken (fysiek, sociaal) voor het oplossen van deze problemen onderscheiden.
•Je kunt het verschil uitleggen tussen de aanpak van stedelijke vernieuwing vóór en na 1990.
•Je kunt verklaren wat er gebeurt met de oorspronkelijke bewoners wanneer hun wijk wordt vernieuwd.
Problemen in oudere wijken en buurten
Wanneer we kijken naar oudere wijken en buurten, zien we vaak specifieke problemen die zich manifesteren op verschillende gebieden: in de woningen zelf, in de woonomgeving en onder de bewoners.
Woningkwaliteit en indeling
Veel oudere buurten kenmerken zich door een uniform aanbod van goedkope huurwoningen. Deze woningen zijn vaak gebouwd met een ouderwetse indeling, wat in de praktijk betekent dat ze kleine, hokkerige kamers hebben. Oorspronkelijk waren deze woningen bedoeld voor gezinnen, maar de beschikbare oppervlakte is vaak beperkt. De bouwkwaliteit laat in veel gevallen ook te wensen over. Dit merk je vooral aan:
•Warmtelekken: woningen zijn slecht geïsoleerd, waardoor veel warmte verloren gaat.
•Geluidsoverlast: de muren en plafonds zijn vaak dun, wat leidt tot veel geluidsoverlast van buren of van de straat.
Woonomgeving en voorzieningen
Naast problemen met de woningen zelf, is ook de woonomgeving vaak minder prettig. Denk hierbij aan:
•Verloederde buitenruimte: plekken zien er vaak onverzorgd uit, met zwerfvuil, vervuiling en vernielingen.
•Overlast: er is soms sprake van overlast door hangjongeren of andere activiteiten die niet bij de buurt passen.
•Verdwijnende voorzieningen: winkels en andere voorzieningen verdwijnen omdat er niet genoeg omzet meer wordt gemaakt, waardoor de leefbaarheid afneemt.
Samenstelling bewoners en sociale spanningen
Een belangrijke factor in de problematiek van deze wijken is de samenstelling van de bewoners. Vaak zien we een concentratie van lage-inkomensgroepen. Soms is hierbij een etnische factor aanwezig, bijvoorbeeld een hogere concentratie van mensen met een migratieachtergrond die gemiddeld een lagere opleiding en een lager inkomen hebben. Het is echter accurater om te spreken van een concentratie van lage-inkomensgroepen, omdat de problemen zich ook voordoen in etnisch gemengde buurten met een laag gemiddeld inkomen.
Deze lage inkomens leiden vaak tot:
•Meer stress: individuele bewoners ervaren meer stress door hun financiële situatie.
•Spanningen onderling: meer stress kan leiden tot meer spanningen tussen bewoners.
•Slechter imago: de buurten worden minder populair en krijgen een slecht imago.
Oplossingen: van stadsvernieuwing naar herstructurering
Om de bovengenoemde problemen aan te pakken, zijn er verschillende strategieën ontwikkeld. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de aanpak tot ongeveer 1990 en de huidige aanpak.
Fysieke versus sociale aanpak
Er zijn twee hoofdbenaderingen voor stedelijke vernieuwing:
•Fysieke aanpak: hierbij richt men zich op de woningen en de woonomgeving. Voorbeelden zijn stadsvernieuwing en renovatie van woningen. Het gaat om concrete aanpassingen aan gebouwen en de openbare ruimte.
•Sociale aanpak: deze combineert de fysieke aanpak met aandacht voor de problemen van de bewoners. Dit noemen we ook wel herstructurering. Hierbij wordt niet alleen de omgeving verbeterd, maar wordt ook geprobeerd de maatschappelijke positie van de bewoners te versterken.
Stadsvernieuwing (renovatie) – De aanpak tot 1990
Tot de jaren '90 en vroege jaren 2000 was stadsvernieuwing, vaak in de vorm van renovatie, de meest gangbare aanpak. Hierbij werden de woningen, veelal sociale huurwoningen, verbeterd zonder het woningtype of de sociale structuur van de wijk fundamenteel te veranderen. Wat gebeurde er?
•Verbetering van isolatie en modern comfort (bijvoorbeeld betere verwarming, nieuwe keukens).
•Behoud van hetzelfde woningtype en dezelfde sociale huurwoningen.
•Dezelfde bewoners (of bewoners uit dezelfde inkomenscategorie) bleven in de wijk wonen.
•De voorzieningen bleven vaak ook hetzelfde, wat betekende dat lage waardering of onvoldoende diversiteit bleven bestaan.
•Gevolg: Omdat de opzet en de structuur van de wijk (zowel sociaal als fysiek) hetzelfde bleven, kwamen na verloop van tijd vaak dezelfde problemen weer terug.
Herstructurering – De aanpak vanaf 1990
Sinds de jaren '90 is herstructurering veel populairder geworden. Deze aanpak is ingrijpender en gericht op het creëren van een gezondere en gemengde wijk. Wat gebeurt er?
•Zoeken naar nieuwe bewoners om een menging van sociaaleconomische groepen te realiseren. Vaak betekent dit het aantrekken van hogere-inkomensgroepen.
•Aanpassen van bestaande woningen en toevoegen van nieuwe woningen.
•Mengen van koopwoningen en huurwoningen (zowel sociale huur als dure huur).
•Nieuwe voorzieningen die beter passen bij een gevarieerdere bewonerssamenstelling (bijvoorbeeld andere winkelconcepten).
•Een sociale aanpak wordt geformuleerd, gericht op het ondersteunen van bewoners.
•Gevolg: De wijk krijgt een nieuwe structuur, met nieuwe bewoners, nieuwe woningcategorieën en soms ook nieuwe functies (bijvoorbeeld meer werkruimte). Dit leidt tot een transformatie van zowel de fysieke als de sociale omgeving.
Gentrification
Een belangrijk aspect en mogelijk risico van herstructurering is gentrification. Dit is het proces waarbij rijkere mensen zich vestigen in een wijk, wat leidt tot een stijging van de huizenprijzen en een verandering in de voorzieningen. Hoewel gentrification de buurt en de voorzieningen kan verbeteren, kan het er ook toe leiden dat de oorspronkelijke, vaak armere bewoners de wijk verlaten, soms noodgedwongen.
Saneren
Een derde, veel minder voorkomende aanpak in Nederland is saneren. Wat gebeurt er?: Bij saneren wordt de wijk volledig gesloopt en opnieuw opgebouwd. Dit omvat wegen, huizen en de verplaatsing van alle bewoners.
•Voorkomen: Deze aanpak kwam tot de jaren '60 van de vorige eeuw wel voor in enkele gemeenten. Een bekend voorbeeld is de Wibautstraat en Weesperstraat in Amsterdam, waar alles werd afgebroken om plaats te maken voor een volledig nieuwe inrichting. Tegenwoordig wordt saneren in Nederland nauwelijks meer toegepast; de voorkeur gaat uit naar herstructurering.
Woningtypen en verbeteringen
De aanpak van stedelijke vernieuwing varieert sterk per woningtype en eigendomssituatie.
Portieketagewoningen
Portieketagewoningen zijn een veelvoorkomend type in oudere wijken. Ze kenmerken zich door één gemeenschappelijke entree met een trap, waaraan meerdere appartementen (vaak zes of acht) zijn gekoppeld.
Deze woningen worden vaak fysiek aangepakt:
•Verbeteringen:
•Soms worden drie kleinere appartementen samengevoegd tot twee grotere, waardoor de woningen meer vierkante meters krijgen en anders ingedeeld kunnen worden.
•Nieuwe kozijnen en deuren met dubbel glas zorgen voor betere isolatie.
•Het aanbrengen van een lift, vooral handig voor oudere bewoners, is steeds vaker mogelijk door gedaalde bouwkosten, hoewel dit tot vier etages niet verplicht is.
Na verbeteringen zijn de woningen vaak duurder. Voor huurders van woningcorporaties kan huurgewenning worden aangeboden, waarbij de huurprijs geleidelijk stijgt. De hogere huur wordt deels gecompenseerd door lagere energiekosten dankzij betere isolatie. Daarnaast worden gerenoveerde woningen soms verkocht door woningcorporaties, wat bijdraagt aan de menging van sociaaleconomische groepen in de buurt.
Galerijflats en eigendomsverschillen
Galerijflats zijn flats waarbij de ingang van alle voordeuren via buiten te bereiken is.
De aanpak en het resultaat van stedelijke vernieuwing kunnen aanzienlijk verschillen, zelfs binnen dezelfde straat.
•Corporatiebezit: Als woningen in eigendom zijn van een woningcorporatie (zoals vaak bij portieketagewoningen), is de aanpak eenvoudiger. De corporatie is de enige eigenaar en kan besluiten om alle woningen in één keer op te knappen.
•Koopwoningen: Bij een galerijflat met koopwoningen is het proces complexer. De renovatie of herstructurering vereist overleg en overeenstemming met alle individuele eigenaren, wat het proces kan vertragen en bemoeilijken.
Deze processen zijn vaak langdurig en vragen om een zorgvuldige planning.
Het lot van de oorspronkelijke bewoners
Wanneer wijken worden vernieuwd, rijst de vraag: wat gebeurt er met de oorspronkelijke bewoners?
Verhuizen of terugkeren
Als woningen gesloopt of ingrijpend verbeterd worden, moeten bewoners hun huis tijdelijk of permanent verlaten.
•Permanent verlaten: bewoners die permanent verhuizen, komen niet terug naar de vernieuwde wijk. Zij krijgen voorrang bij het zoeken naar een nieuwe woning. Vaak betreft dit mensen met een laag inkomen, voor wie de nieuwe of verbeterde, en daardoor duurdere, woningen niet betaalbaar zijn.
•Tijdelijk verlaten: soms kunnen bewoners terugkeren naar hun woning of een vergelijkbare woning in de wijk nadat de werkzaamheden zijn afgerond. Dit vereist vaak twee verhuizingen, wat niet altijd even makkelijk is.
Huurgewenning en inkomensverbetering
Om het voor bewoners met lage inkomens mogelijk te maken om terug te keren, wordt geprobeerd hun inkomenssituatie te verbeteren. Dit kan door:
•Hulp bij het vinden van werk en opleiding.
•Het aanbieden van huurgewenning, waarbij het verschil in huur na verbetering van de woning stapsgewijs opgehoogd wordt.
Deze aanpak helpt mensen vooruit en maakt het voor sommigen mogelijk om terug te keren naar hun vertrouwde buurt. Het is echter een grote uitdaging; vaak lukt het slechts voor 10 tot 15% van de bewoners om hun inkomen voldoende te verbeteren en terug te keren. De overige bewoners zoeken vaak een andere, goedkopere woning op een andere plek, of vermijden het gedoe van twee keer verhuizen.
Het doel van inkomensmenging
Het is belangrijk te beseffen dat bij herstructurering de intentie er vaak is om de inkomensgroepen in een buurt meer te mengen. Hoewel het jammer kan zijn dat mensen de wijk moeten verlaten, is het deels een doel van de aanpak om een gezondere en meer diverse sociaaleconomische samenstelling van de buurt te creëren.













