Wat is El Niño?
Leerdoelen
•Je kunt landschappen in Zuid-Amerika identificeren en de ligging beschrijven.
•Je kunt de kenmerken van Zuid-Amerikaanse landschappen benoemen.
Klimaat en landschap in Zuid-Amerika
Zuid-Amerika is een continent van extreme diversiteit, niet alleen in culturen, maar ook in landschappen. Deze landschappen zijn verbonden met de klimaten die er heersen. De fysieke situatie van een gebied, zoals de ligging, het reliëf en de invloed van zeestromen, speelt een grote rol in het bepalen van het klimaat, wat op zijn beurt weer het type landschap en de vegetatie vormgeeft.
Belangrijke geografische factoren
Een aantal geografische kenmerken is essentieel om de klimaten en landschappen van Zuid-Amerika te begrijpen:
•De Amazone-rivier en het omringende bekken liggen direct rond de evenaar, wat zorgt voor tropische omstandigheden.
•Het Andesgebergte is erg hoog en strekt zich uit langs de westkust, wat leidt tot hooggebergteklimaten.
•De Hooglanden van Guyana en Brazilië beïnvloeden klimaten en neerslagpatronen.
•De moessonperiode vindt plaats in januari en februari, wat overeenkomt met de zomer op het zuidelijk halfrond en veel neerslag met zich meebrengt.
•Er zijn droge klimaten te vinden op onverwachte plekken, vaak veroorzaakt door specifieke lokale omstandigheden.
•De invloed van koude zeestromen, met name aan de westkust, is niet te onderschatten en leidt tot extreem droge gebieden.
•Het fenomeen El Niño heeft een grote impact op de weerpatronen en kan elders op het continent droogtes of juist overstromingen veroorzaken.
De rol van het Köppen-systeem
De landschappen van Zuid-Amerika volgen grotendeels de algemene klimaatverdeling van het Köppen-systeem. Dit betekent dat je van de evenaar richting de polen een herkenbare opeenvolging van klimaat- en landschapszones ziet:
•Rond de evenaar vind je tropische klimaten.
•Aansluitend daarop komen de droge klimaten.
•Verder naar de polen tref je gematigde zeeklimaten.
•In de koudere streken en hooggebergtes vind je de koude klimaten.
De tropische landschapszone
De tropische landschapszone in Zuid-Amerika wordt gekenmerkt door hoge temperaturen gedurende het hele jaar. De hoeveelheid neerslag varieert, wat leidt tot verschillende landschapstypen.
De Selva
Het meest bekende landschap in de tropische zone is het tropisch regenwoud, in Zuid-Amerika de Selva genoemd.
•Klimaat: Af-klimaat (tropisch regenwoudklimaat). Dit betekent veel neerslag en nauwelijks temperatuurverschil gedurende het jaar.
•Locatie: het Amazonegebied is hiervan een uitstekend voorbeeld.
•Kenmerken: hoge temperaturen en veel neerslag zorgen voor een snelle vertering van organisch materiaal. De bodem van tropische regenwouden is echter niet erg vruchtbaar door uitspoeling van mineralen.
•Menselijke invloed: er is sprake van oprukkende commerciële landbouw en ontbossing, met name aan de zuidkant van het Amazonegebied.

De Cerrado
Aan de randen van het regenwoud, waar de neerslag minder constant is, vind je drogere tropische klimaten.
•Klimaat: Aw-klimaat (savanneklimaat), gekenmerkt door een duidelijk droge winter.
•Locatie: vooral in centraal Brazilië en Bolivia.
•Kenmerken: het landschap lijkt op een savanne, met graslanden en verspreide bomen en struiken.
•Menselijke invloed: er vindt hier extensieve veeteelt plaats, waarbij grote bedrijven koeien houden voor vlees en leer. Ook rukt commerciële landbouw hier op, met name de sojateelt.

De Llanos
Een ander type savanne in de tropische zone is de Llanos.
•Klimaat: Aw-klimaat, net als de Cerrado.
•Locatie: voornamelijk in Venezuela en Colombia.
•Kenmerken: dit landschap is vlakker en heeft over het algemeen minder bomen dan de Cerrado.
•Menselijke invloed: Ook hier is extensieve veeteelt de dominante vorm van landgebruik.

De aride landschapszone
De aride landschapszone omvat gebieden waar de neerslag minimaal is, leidend tot steppen en woestijnen.
De Caatinga
Een uitzonderlijk droog gebied in Brazilië is de Caatinga.
•Klimaat: BS-klimaat (steppeklimaat). De totale neerslag is aanzienlijk lager dan die van een savanne.
•Locatie: delen van Brazilië.
•Kenmerken: het landschap heeft iets weg van een savanne, maar is duidelijk droger. Het is begroeid met droogtebestendige planten, vaak doornig.
•Menselijke invloed: er wonen wel mensen, maar steden zijn uitsluitend te vinden bij rivieren, vanwege de afhankelijkheid van water. Ook hier komt extensieve veeteelt voor. De bodem is wel vruchtbaar, maar kan zonder irrigatie niet worden gebruikt voor akkerbouw.

Woestijnen aan de westkust
Langs de westkust van Zuid-Amerika vind je enkele van de droogste plekken ter wereld.
•Klimaat: BW-klimaat (woestijnklimaat). Dit wordt gekenmerkt door zeer weinig tot geen neerslag.
•Locatie: vooral in de hoger gelegen gebieden aan de westkust, zoals de Atacama-woestijn.
•Oorzaak: de aanwezigheid van een koude zeestroom (de Humboldtstroom) langs de kust voorkomt dat er neerslag vanuit de Stille Oceaan wordt aangevoerd, wat leidt tot extreme droogte.

De gematigde landschapszone
Naarmate je verder van de evenaar komt, worden de seizoenen duidelijker en de temperaturen gematigder.
De Pampas
De Pampas zijn een kenmerkend landschap in het zuiden van Zuid-Amerika.
•Klimaat: overwegend C-klimaten, zoals Cfa (vochtig subtropisch met neerslag in alle jaargetijden) of Cwa/Cwb (droge winter). Ook komen er kleine stukjes B-klimaat voor. De temperaturen zijn hier vaak kouder dan je bij typische B-klimaten zou verwachten.
•Locatie: vlakke gebieden in Argentinië en het zuiden van Brazilië.
•Kenmerken: het zijn eigenlijk steppes met uitgestrekte graslanden.
•Menselijke invloed: extensieve veeteelt is hier veelvoorkomend. Bij steden vindt ook akkerbouw plaats, gericht op voedingsgewassen voor de lokale bevolking.

De hooggebergtes
In de hoogste gebieden van Zuid-Amerika, met name in het Andesgebergte, domineert het reliëf het klimaat.
Landschappen in de Andes
De landschappen in de Andes zijn extreem divers door de grote hoogteverschillen.
•Klimaat: EH-klimaten (hooggebergteklimaat) en BS-klimaten (steppeklimaat). De klimaten kunnen abrupt in elkaar overlopen door de sterke hoogteverschillen.
•Locatie: vooral in het westelijke deel van Zuid-Amerika, langs het Andesgebergte.
•Kenmerken: de vegetatie varieert van toendra-achtige begroeiing (kleine struikjes en mossen) op grote hoogtes tot woestijnachtige omgevingen in de regenschaduw.

Salars
Een bijzonder fenomeen in de hooggelegen gebieden van de Andes zijn de zogeheten salars, oftewel zoutmeren.
•Kenmerken: deze zoutmeren ontstaan in endoreïsche bekkens waar water verdampt en zout en mineralen achterlaat.
•Economische betekenis: in deze salars worden zeldzame mineralen en metalen gewonnen, zoals lithium en tin, die van groot belang zijn voor moderne technologie.
Verklaring van landschappen
Om de aanwezigheid van specifieke landschappen te kunnen verklaren, is het cruciaal om meerdere soorten atlaskaarten te combineren. De volgende kaarten zijn onmisbaar:
•Klimaatkaart: toont de verdeling van de klimaten (A, B, C, D, E) en geeft een eerste indicatie van het type vegetatie.
•Natuurkundige kaart: hierop zie je het reliëf van het gebied (hoogteverschillen, gebergtes, vlaktes), wat de temperatuur en neerslag sterk beïnvloedt.
•Luchtdrukkaart: geeft inzicht in windsystemen en de beweging van luchtmassa's, wat cruciaal is voor neerslagpatronen.
•Zeestromenkaart: essentieel om de invloed van koude of warme zeestromen op het kustklimaat te bepalen.
•Ligging ten opzichte van zee/oceaan: bepaalt of een gebied een maritiem of continentaal klimaat heeft.
•Windsystemen: is er sprake van aanlandige of aflandige winden, passaten, de moesson, of de verschuiving van de Intertropische Convergentiezone (ITCZ)? Deze factoren bepalen waar en wanneer neerslag valt.
•Neerslagkaarten: hoewel de bovenste drie kaarten het belangrijkst zijn, kunnen neerslagkaarten aanvullende details geven over de verdeling en intensiteit van neerslag.
Door deze verschillende kaarten te analyseren, kun je een complete verklaring opbouwen voor de kenmerken van een bepaald landschap.
Risico's van intensieve akkerbouw ten westen van Buenos Aires
Laten we de opgedane kennis toepassen op een specifieke vraag: Wat is het risico van intensieve akkerbouw in het gebied ten westen van Buenos Aires in Argentinië?
In dit gebied, een deel van de Pampa's, wordt veel intensieve akkerbouw bedreven om de grote bevolking van voedsel te voorzien.
•Klimaat: het gebied heeft een C-klimaat, met neerslag gedurende het hele jaar, vergelijkbaar met veel gematigde zones. Echter, in de wintermaanden (juni, juli, augustus op het zuidelijk halfrond) valt er minder neerslag.
•Landschap: we hebben hier te maken met de Pampas, een vlak steppegebied dat van nature wordt gekenmerkt door grassteppe en weinig grote bomen.
•Landbouwpraktijk: bij intensieve akkerbouw wordt het land na de oogst omgeploegd. Het land ligt dan braak in de droge herfst- en wintermaanden.
•Het risico: omdat er in de Pampa's van nature weinig bossen zijn, wordt de wind nauwelijks gebroken. Hierdoor kunnen krachtige winden over de open, braakliggende akkers waaien. Dit leidt tot bodemerosie, waarbij de vruchtbare toplaag van de bodem wegwaait. Dit vermindert de vruchtbaarheid van de grond en kan leiden tot verwoestijning op de lange termijn.
De verklaring van dit risico ligt dus in de samenhang tussen de specifieke landbouwmethode, de aard van de bodem, het gebrek aan natuurlijke windbrekers en het lokale klimaat, met name de drogere wintermaanden.













