Landbouw, globalisering en ongelijkheid op het platteland van Zuid-Amerika

Landbouw, globalisering en ongelijkheid op het platteland van Zuid-Amerika

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 17:06
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Enkele keuze

Wat zijn de belangrijkste twee soorten landbouwbedrijven die je in Zuid-Amerika tegenkomt?

Samenvatting

Leerdoelen

Je kunt de kenmerken van het platteland van Zuid-Amerika beschrijven

Je kunt uitleggen hoe ongelijkheid op het platteland van Zuid-Amerika is ontstaan

Je kunt beschrijven welke economische processen zich door de jaren heen hebben voorgedaan in de landbouw van Zuid-Amerika

Je kunt uitleggen welke gevolgen globalisering heeft voor de landbouw en voor de ongelijkheid op het platteland van Zuid-Amerika

Kenmerken van het platteland in Zuid-Amerika

Het platteland van Zuid-Amerika wordt gekenmerkt door grote verschillen tussen landbouwbedrijven. In veel landen is sprake van een duale economie, wat betekent dat er twee economische sectoren naast elkaar bestaan. In de moderne sector stijgt de welvaart en wordt veel gebruikgemaakt van technologie en investeringen. In de traditionele sector blijft de welvaart achter en werken mensen vaak met weinig middelen.

Deze tweedeling zie je duidelijk terug in de landbouw. Aan de ene kant zijn er kleine boerenbedrijven die vooral voor eigen voedsel produceren. Aan de andere kant zijn er grote plantages die gericht zijn op de internationale markt.

Minifundia

Kleine landbouwbedrijven worden minifundia genoemd. Dit zijn kleine stukken landbouwgrond waarop boeren meestal voedsel produceren voor zichzelf, hun familie of hun dorp. Deze vorm van landbouw wordt ook wel zelfvoorzienende landbouw genoemd.

Boeren op minifundia produceren vooral food crops, oftewel voedselgewassen. Het doel van deze landbouw is niet om grote winsten te maken, maar om te kunnen overleven. De bedrijven zijn klein en er wordt weinig gebruikgemaakt van machines. Daardoor blijven de inkomsten van deze boeren meestal laag.

Latifundia

Tegenover de kleine boerenbedrijven staan de grote landbouwbedrijven, de latifundia. Dit zijn bedrijven met grote stukken landbouwgrond die vooral produceren voor de wereldmarkt. In plaats van voedsel voor eigen gebruik verbouwen deze bedrijven vooral cash crops, gewassen die bedoeld zijn voor export en waarmee winst gemaakt kan worden.

Latifundia maken veel gebruik van mechanisatie. Machines nemen een groot deel van het werk over, waardoor minder arbeiders nodig zijn. Ook wordt vaak gekozen voor monocultuur, waarbij één gewas op grote schaal wordt verbouwd. Hierdoor kan de productie efficiënt en goedkoop plaatsvinden.

Grondbezit en landbouw rond 1900

Aan het begin van de twintigste eeuw ontstaat in veel Zuid-Amerikaanse landen een duidelijke ongelijkheid in grondbezit. Ongeveer 1% van de bevolking bezit een groot deel van alle landbouwgrond. Deze groep bezit de grote plantages en produceert vooral exportgewassen zoals koffie, suikerriet, maïs, tarwe en katoen.

Een groot deel van de bevolking werkt wel in de landbouw, maar bezit zelf geen land. Deze mensen werken als landarbeiders op plantages. Daarnaast zijn er kleine boeren die werken op minifundia. Samen vormen deze groepen ongeveer 80% van de landbouwarbeiders.

Deze situatie zorgt voor een sterke ongelijkheid tussen rijke grootgrondbezitters en arme boeren.

De groene revolutie vanaf 1950

Vanaf ongeveer 1950 nemen de landbouwopbrengsten sterk toe door de groene revolutie. In deze periode worden nieuwe technieken en middelen geïntroduceerd die de landbouwproductie verhogen.

Belangrijke ontwikkelingen zijn onder andere de uitbreiding van irrigatie, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en de ontwikkeling van beter zaaigoed. Hierdoor kan op hetzelfde stuk land meer worden geproduceerd.

Daarnaast nemen zowel mechanisatie als schaalvergroting toe. Grotere landbouwbedrijven met machines kunnen efficiënter produceren en hogere opbrengsten behalen met minder arbeiders.

In deze periode ontstaat ook agribusiness. Grote bedrijven krijgen controle over meerdere onderdelen van de landbouwproductie, zoals landbouwgrond, zaden, verwerking van producten en export.

Landhervormingen en uitbreiding van landbouwgebied vanaf 1980

Vanaf ongeveer 1980 proberen sommige landen de ongelijkheid in grondbezit te verminderen door landhervormingen. Het doel hiervan is om landbouwgrond eerlijker te verdelen, zodat boeren zonder land ook een eigen bedrijf kunnen beginnen.

Deze hervormingen moeten zorgen voor een betere rechtspositie en hogere welvaart voor boeren op het platteland. In veel landen blijken deze plannen echter moeilijk uit te voeren en mislukken ze grotendeels.

Tegelijkertijd wordt het landbouwgebied uitgebreid. Dit proces wordt agrarische kolonisatie genoemd. Hierbij wordt bos gekapt om nieuwe landbouwgrond te creëren. Hierdoor neemt het totale landbouwareaal toe, maar het leidt ook tot ontbossing.

Globalisering en commerciële landbouw vanaf 1990

Vanaf ongeveer 1990 neemt de invloed van globalisering sterk toe. Landbouwbedrijven produceren steeds meer voor de internationale markt en de wereldhandel in landbouwproducten groeit.

Door de groeiende vraag naar landbouwproducten neemt de commerciële landbouw toe. Veel bedrijven richten zich op exportgewassen zoals soja en suikerriet. Daarnaast spelen ook flex crops een belangrijke rol. Dit zijn gewassen die voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld voor voedsel, veevoer of biobrandstoffen. Hierdoor zijn deze gewassen aantrekkelijk voor bedrijven die willen inspelen op veranderingen in de wereldmarkt.

De globalisering zorgt voor meer vrijhandel en internationale concurrentie. De gemiddelde welvaart op het platteland stijgt hierdoor, omdat er meer vraag is naar landbouwproducten. De grootste winsten gaan echter vooral naar grote landbouwbedrijven.

Kleine boeren beschikken vaak over minder land en minder kapitaal. Hierdoor kunnen zij minder profiteren van deze ontwikkelingen. Sommige boeren stoppen daarom met hun bedrijf en gaan ander werk zoeken of migreren naar de stad.

In deze periode worden ook eigendomsrechten beter vastgelegd in een openbaar register van grondbezit, het kadaster. Daarnaast namen de kredietmogelijkheden toe, waardoor investeringen in landbouw mogelijk werden.

Global land rush en land grabbing

Door de groeiende vraag naar voedsel en energie zijn bedrijven wereldwijd op zoek naar nieuwe landbouwgrond. Dit proces wordt de global land rush genoemd.

In sommige gevallen leidt dit tot land grabbing, waarbij grote bedrijven landbouwgrond opkopen of overnemen. Hierdoor worden plantages groter en neemt de monocultuur verder toe. Vooral soja en suikerriet worden op grote schaal verbouwd.

Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat er minder landbouwgrond beschikbaar blijft voor kleine boeren.

Problemen op lokaal schaalniveau

Sinds ongeveer 2008 ontstaan verschillende problemen op lokaal niveau. Doordat veel landbouwgrond wordt gebruikt voor exportgewassen, kunnen voedseltekorten ontstaan voor de lokale bevolking. Wanneer boeren vooral gewassen zoals soja of suikerriet verbouwen voor export of biobrandstoffen, blijft er minder landbouwgrond over voor voedselgewassen.

Daarnaast ontstaan conflicten over watergebruik, omdat landbouw, industrie en steden allemaal water nodig hebben. Intensief gebruik van bestrijdingsmiddelen kan bovendien leiden tot vervuiling van bodem en water.

Ook zorgt langdurige monocultuur vaak voor bodemuitputting, doordat steeds dezelfde voedingsstoffen uit de bodem worden gehaald. Tegelijkertijd neemt door toenemende mechanisatie de werkloosheid op het platteland toe, omdat machines arbeid vervangen.

Een ander probleem is het gebruik van genetisch gemanipuleerde zaden en gewassen. Deze zaden zijn vaak duur, waardoor kleine boeren ze moeilijk kunnen betalen en minder goed kunnen concurreren met grote landbouwbedrijven.

Problemen op mondiale schaal

De uitbreiding van landbouwgrond heeft ook gevolgen op wereldschaal. In landen zoals Brazilië wordt veel bos gekapt voor landbouw, vooral in gebieden zoals de Amazone en de Mato Grosso.

Door deze ontbossing verdwijnen grote hoeveelheden bomen die normaal gesproken CO₂ uit de lucht opnemen. Hierdoor draagt ontbossing bij aan klimaatverandering.

Ontwikkelingen op het platteland van Zuid-Amerika hebben daardoor niet alleen lokale gevolgen, maar ook mondiale effecten.

Nieuwe ontwikkelingen na 2010

Vanaf 2010 zijn er nog aanvullende veranderingen op het platteland ontstaan. Industrie breidt zich steeds vaker uit vanuit steden naar omliggende gebieden. Ook neemt mijnbouw in landbouwgebieden toe, waardoor er concurrentie ontstaat om ruimte.

Daarnaast stijgt de vraag naar energie. Hierdoor worden bijvoorbeeld stuwdammen gebouwd voor hydro-elektrische energie. Deze dammen veranderen de waterstromen van rivieren, waardoor er minder water en sediment stroomafwaarts komt. Dit kan leiden tot landdegradatie.

Ook groeit de suburbanisatie, waarbij steden zich uitbreiden naar het platteland en steeds meer ruimte innemen. Hierdoor verdwijnt landbouwgrond en verandert het gebruik van het platteland.

Globalisering en toenemende inkomensongelijkheid

Door globalisering moeten landbouwbedrijven in Zuid-Amerika concurreren met bedrijven over de hele wereld. Grote landbouwbedrijven hebben hierbij duidelijke voordelen. Zij beschikken over grote stukken land, moderne machines en voldoende kapitaal om te investeren in zaden, kunstmest en technologie.

Kleine boeren hebben deze mogelijkheden vaak niet. Zij produceren meestal op kleine schaal en richten zich vooral op zelfvoorzienende landbouw. Daardoor maken zij veel minder winst dan grote landbouwbedrijven.

Het gevolg is dat de gemiddelde welvaart op het platteland wel stijgt, maar dat deze ongelijk verdeeld is. Grote bedrijven profiteren het meest van de groeiende wereldmarkt, terwijl kleine boeren economisch steeds verder achterop raken. Hierdoor neemt de inkomensongelijkheid op het platteland van Zuid-Amerika toe.

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo