Leg uit wat het begrip irrigatie betekent.
Leerdoelen
•Je kunt het begrip irrigatie uitleggen.
•Je kunt uitleggen welke drie soorten irrigatie er zijn.
•Je kunt uitleggen waarom bij druppelirrigatie meer water ten goede komt aan de plantengroei dan bij de andere twee varianten.
•Je kunt de voor- en nadelen van irrigatie benoemen.
•Je kunt uitleggen wat drainage is.
Landbouw in droge gebieden
Op veel plaatsen op aarde, zoals in woestijnklimaten of steppeklimaten, is er een tekort aan water. Voor boeren in deze droge gebieden is het vaak moeilijk of zelfs onmogelijk om landbouwgewassen te verbouwen. Ze hebben deze gewassen nodig voor hun eigen voedselvoorziening of om te verkopen. Er zijn methoden om toch op een kunstmatige manier water aan de gewassen toe te voegen, zodat ze kunnen groeien.
Irrigatie: water toevoegen aan de bodem
De kunstmatige manier om water toe te voegen aan landbouwgewassen in droge gebieden noemen we irrigatie. Dit is essentieel om gewassen te laten groeien waar van nature te weinig regen valt.
Waar komt het water vandaan?
Voor irrigatie is veel water nodig. Boeren halen dit water vaak uit verschillende bronnen:
•Rivieren: water wordt rechtstreeks uit rivieren geleid.
•Stuwmeren: meren die zijn ontstaan door een dam in een rivier, waarin water wordt opgeslagen.
•Aquifers: dit zijn ondergrondse lagen in de aarde waarin veel water is opgeslagen. Boeren pompen dit water omhoog voor gebruik op hun akkers.
Soorten irrigatie
Het water dat de boeren verzamelen, kan op drie verschillende manieren aan de gewassen worden toegevoegd: geulirrigatie, beregening en druppelirrigatie.
Geulirrigatie
Bij geulirrigatie graven boeren kleine geulen of kanaaltjes in het landbouwgebied. Het water stroomt door deze geulen, en de planten die ernaast staan, nemen het water op.
•Voordeel: deze methode is relatief goedkoop en eenvoudig aan te leggen.
•Nadeel: er gaat veel water verloren. Ongeveer 35% van het water komt ten goede aan de plantengroei. De rest verdampt door de zon (dit noemen we verdamping) of zakt weg in de bodem voordat het de plant bereikt (dit heet infiltratie). De geulen zijn open, waardoor water gemakkelijk kan verdampen of wegzakken.
Beregening
Beregening is een methode waarbij water via sproeiers over het land wordt verspreid, net zoals regen. Dit water komt deels ten goede aan de plantengroei. Een speciale variant is cirkelirrigatie. Hierbij rijdt één grote sproeier langzaam in een cirkel over het landbouwgebied, waardoor het land in een cirkelvormig patroon wordt beregend. Dit is vaak te zien vanuit de lucht.
•Waterverbruik: bij beregening gaat er nog steeds water verloren door verdamping en infiltratie, maar al wel een stuk minder dan bij geulirrigatie. Ongeveer 70% van het water komt ten goede aan de plantengroei.
Druppelirrigatie
Druppelirrigatie is de meest efficiënte methode. Kleine buisjes worden op de landbouwgrond geplaatst, precies naast de plantjes. Bij elk plantje zit een klein gaatje in de buis waar het water langzaam uit druppelt. Het water komt zo direct bij de wortels van de plant.
•Voordeel: een heel groot deel van het water komt de plantengroei ten goede, ongeveer 90%. Dit komt doordat er nauwelijks water verdampt (het zit in de buisjes) en het water op de exacte plek van de plantjes komt, waardoor er weinig infiltratie is.
•Nadeel: de aanleg van druppelirrigatie is duurder dan geulirrigatie en beregening.
Voordelen en nadelen van irrigatie
Irrigatie biedt mogelijkheden, maar heeft ook keerzijden.
Voordelen
•Landbouw in droge gebieden: irrigatie maakt het mogelijk voor mensen om in droge gebieden toch landbouwgewassen te verbouwen, wat belangrijk is voor voedsel en inkomen.
•Hogere opbrengst: doordat planten voldoende water krijgen, kunnen boeren een hogere opbrengst per hectare behalen.
Nadelen
•Hoge kosten: de aanleg van irrigatiesystemen, vooral druppelirrigatie, kan duur zijn.
•Waterschaarste: het onttrekken van grote hoeveelheden water uit rivieren, stuwmeren of aquifers kan leiden tot waterschaarste in die gebieden, wat nadelig is voor andere watergebruikers of de natuur.
•Verzilting: in water zit altijd een beetje zout. Als irrigatiewater verdampt, blijft het zout achter op de bodem. Dit maakt de bodem steeds zouter, een proces dat verzilting heet. Planten kunnen niet goed groeien op te zoute grond, waardoor de landbouwgrond onbruikbaar kan worden
Drainage: overtollig water afvoeren
Naast gebieden waar het te droog is voor landbouw, zijn er ook gebieden waar de bodem juist te nat is. Te veel water in de bodem is ook slecht voor planten. Om overtollig water af te voeren, wordt drainage gebruikt. Dit is dus het tegenovergestelde van irrigatie.
Waarom is drainage nodig?
Als er te veel water in de bodem zit, kunnen plantenwortels 'verdrinken', omdat ze geen zuurstof meer krijgen. Drainage zorgt ervoor dat de bodem niet te nat wordt, zodat de boer de grond toch kan gebruiken voor zijn landbouwgewassen.
Hoe werkt drainage?
Overtollig water kan op verschillende manieren worden afgevoerd:
•Buisjes of afvoerpijpen in de grond: deze buizen vangen het overtollige water op en leiden het weg.
•Sloten en greppels: in Nederland zie je dit veel. Langs of in de weilanden liggen sloten die het water afvoeren, bijvoorbeeld naar een rivier.
•Wegpompen met een gemaal: in gebieden waar het water van nature niet wegstroomt, kunnen gemalen (grote pompen) het water wegpompen.













