Wat is het verschil tussen het Bruto Nationaal Product en het Bruto Regionaal Product per hoofd en welke tekortkomingen hebben deze maatstaven?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen hoe de welvaart en ongelijkheid in Brazilië gemeten worden.
•Je kunt de verschillen in welvaart tussen etnische groepen verklaren.
Welvaart en ongelijkheid
Meten van welvaart
De meest gebruikte maatstaf om de welvaart van een land te meten, is het bruto nationaal product per hoofd (BNP per hoofd). Een vergelijkbare maatstaf is het bruto binnenlands product per hoofd (BBP per hoofd). Wanneer we inzoomen op specifieke gebieden binnen een land, gebruiken we het bruto regionaal product per hoofd (BRP per hoofd).
Nadelen van welvaartsmeting
Het meten van welvaart met het BNP of BBP per hoofd heeft echter belangrijke nadelen:
•Gemiddelde: het BNP per hoofd is een gemiddelde voor het hele gebied. Dit betekent dat iedereen hetzelfde inkomen lijkt te hebben, terwijl er in werkelijkheid grote inkomensverschillen kunnen zijn.
•Formele sector: deze cijfers hebben alleen betrekking op de formele sector, oftewel gereguleerd werk en inkomens waar belasting over wordt betaald.
•Informele sector: de informele sector, waarin mensen werken zonder officiële contracten en waar inkomsten niet altijd worden geregistreerd, wordt niet meegenomen. In een land als Brazilië is deze sector erg groot, wat betekent dat het BNP per hoofd geen volledig beeld geeft van de werkelijke welvaart.
Sociale en regionale ongelijkheid
Wat is ongelijkheid?
•Sociale ongelijkheid: dit is een verschil in welvaart en kansen tussen mensen of groepen mensen. Denk hierbij aan verschillen in inkomen, toegang tot onderwijs of gezondheidszorg.
•Regionale ongelijkheid: dit zijn verschillen in welvaart tussen verschillende gebieden, bijvoorbeeld tussen steden en platteland, of tussen het noorden en het zuiden van een land.
Deze verschillen worden vrijwel altijd als ongewenst gezien.
Ongelijkheid meten
Ongelijkheid kan op twee manieren gemeten worden:
•Lorenzcurve: deze curve geeft een grafisch beeld van de inkomensverdeling in een land. Hoe 'boller' de curve is (hoe verder deze afwijkt van de ideale 45-gradenlijn), hoe groter de ongelijkheid.
•Gini-coëfficiënt: dit is een getal dat is afgeleid van de Lorenzcurve en de mate van ongelijkheid uitdrukt. De waarde ligt tussen 0 en 1:
•0: Betekent dat er geen ongelijkheid is (dit komt overeen met de 45-gradenlijn van de Lorenzcurve).
•1: Betekent maximale ongelijkheid (één persoon heeft alle welvaart). Hoe dichter de Gini-coëfficiënt bij 1 komt, hoe groter de ongelijkheid.
Het ontstaan van welvaartsverschillen in Brazilië
Platteland versus stad
Een van de meest duidelijke oorzaken van welvaartsverschillen is het contrast tussen het platteland en de steden.
Het platteland en de primaire sector
Op het platteland werken veel mensen in de landbouw, wat onderdeel is van de primaire sector. Hier zien we ontwikkelingen zoals:
•Specialisatie en monocultuur: steeds meer landbouw richt zich op het telen van één product voor de export. Dit maakt het mogelijk om efficiënter te werken en machines in te zetten.
•De-agrarisatie: door het gebruik van machines zijn er minder mensen nodig om het land te bewerken. Dit leidt tot 'uitstoot van arbeid' in de landbouw, waardoor veel mensen zonder werk en inkomen komen te zitten.
•Migratie naar steden: zonder werk op het platteland trekken mensen met de hoop op een beter leven en werk naar de steden.
De steden en de industrie en diensten
Steden zijn over het algemeen veel welvarender dan het platteland. Dit komt doordat het werk in steden voornamelijk in de industrie (secundaire sector) en de diensten (tertiaire sector) plaatsvindt.
•Hoogwaardige industrie: de Braziliaanse industrie wordt steeds geavanceerder, met de productie van complexe producten zoals vliegtuigen.
•Tertiairisatie: steeds meer mensen werken in de dienstensector, zoals financiële dienstverlening, handel of toerisme. In de dienstensector verdien je gemiddeld meer dan in de industrie, en veel meer dan in de landbouw.
•Informele sector in steden: een groot deel van de diensten in steden behoort tot de informele sector, die welvaart genereert, maar niet wordt meegeteld in officiële economische cijfers.
Door deze ontwikkelingen nemen de inkomensverschillen tussen het platteland en de steden sterk toe.
Het zuidoosten: centrum van welvaart
De meeste industrie en diensten, en daarmee ook de meeste welvaart, bevinden zich in het zuidoosten van Brazilië. Dit is te zien aan het hoge bruto regionaal product per hoofd in deze regio.
•Industriële centra: belangrijke industriële steden zijn Rio de Janeiro en São Paulo.
•Dienstencentra: grote formele dienstensectoren vind je in de hoofdstad Brasília, maar ook in Rio de Janeiro en São Paulo. Dit zijn belangrijke handelscentra ('main ports') met veel zakelijke en financiële dienstverlening.
De toename van de tertiairisatie (steeds meer mensen die in de dienstensector gaan werken) zorgt ervoor dat deze verschillen alleen maar groter worden. Ongeveer twee derde van het inkomen wordt nu al verdiend in de formele dienstensector.
Etniciteit en maatschappelijke positie
Een opvallend en pijnlijk aspect van de ongelijkheid in Brazilië is de link tussen welvaart en etniciteit. Een belangrijke regel is dat hoe donkerder je huid, hoe lager je maatschappelijke positie doorgaans is. Dit betekent dat je minder welvaart en kansen hebt.
Gevolgen van etniciteit voor welvaart en kansen
Mensen met een donkere huidskleur, zoals de zwarte bevolking, inheemse volkeren en menggroepen zoals mestiezen en mulatten, ervaren vaak de volgende gevolgen:
•Minder welvaart: lagere inkomens en minder bezit.
•Slechtere huisvesting: zij wonen vaker in favela's (zelfbouwwijken) in plaats van in moderne appartementenwijken.
•Lagere levensverwachting: de toegang tot en kwaliteit van gezondheidszorg is vaak slechter.
•Minder/slechter onderwijs: wat leidt tot een lager opleidingsniveau en een hoger percentage analfabeten.
•Minder kans op een baan: of ze werken in lager betaalde banen, vaak in de informele sector. Dit draagt bij aan de groei van de informele sector en soms ook aan drugscriminaliteit.
•Ondervertegenwoordiging: ze zijn slechter vertegenwoordigd in het bestuur, parlement en in leidinggevende functies.
Gevolgen van toenemende ongelijkheid
Migratie en de groei van favela's
De toenemende welvaartsverschillen tussen steden en platteland, en ook binnen de steden zelf, leiden tot binnenlandse migratie. Mensen trekken naar steden in de hoop op een beter leven. Echter, niet voor iedereen is er werk of geschikte huisvesting, wat leidt tot:
•Groei van favela's: dit zijn zelfbouwwijken aan de rand van de steden, waar vaak sprake is van armoede en slechte infrastructuur.
•Groei van de informele sector: veel migranten vinden geen formeel werk en komen terecht in de informele sector om toch in hun levensonderhoud te voorzien.
•Druk op favela's: door de groeiende middenklasse en de vraag naar meer ruimte staan veel favela's onder druk en worden bewoners soms verdrongen. Bovendien heerst er in veel favela's drugsgeweld, wat het wonen hier een stuk minder prettig maakt.
Ruimtelijke segregatie en sociale polarisatie
De verschillen in inkomen en levensstijl leiden tot een groeiende ruimtelijke segregatie. Mensen met een laag inkomen wonen gescheiden van mensen met een hoog inkomen. Dit kan uiteindelijk leiden tot sociale polarisatie, waarbij groepen mensen niet alleen gescheiden wonen, maar ook nauwelijks nog met elkaar omgaan.
•Gated communities: een duidelijk voorbeeld hiervan is de opkomst van 'gated communities': afgeschermde buurten met bewaking, waar welvarende mensen wonen, gescheiden van de rest van de stad.
•Politieke verdeeldheid: de diepe ongelijkheid draagt ook bij aan een verharde politieke strijd, zoals te zien was bij de recente verkiezingen in Brazilië.
Maatregelen tegen sociale ongelijkheid
De Braziliaanse overheid heeft geprobeerd de positie van de armere bevolkingsgroepen te verbeteren, hoewel dit niet zonder politieke strijd gaat.
Beleid van linkse regeringen
Voormalige presidenten zoals Lula da Silva en zijn opvolger Dilma Rousseff (beiden van linkse partijen) hebben programma's geïntroduceerd:
•Positieve discriminatie: met name in het onderwijs, om te voorkomen dat er 'zwarte' en 'witte' scholen ontstaan en om gelijke kansen te bevorderen.
•Verhoging van het minimumloon: om de inkomens van de laagstbetaalde werknemers te verbeteren.
•Progressief belastingstelsel: hoe meer je verdient, hoe hoger het percentage belasting dat je betaalt, om zo welvaart te herverdelen. De rol van Bolsa Família
Een van de meest succesvolle programma's was Bolsa Família. Dit was een uitkeringsprogramma waarbij gezinnen met een laag inkomen financiële steun kregen, op voorwaarde dat zij aan bepaalde tegenprestaties voldeden:
•Kinderen vaccineren: ter verbetering van de volksgezondheid en levensverwachting.
•Kinderen naar school sturen: ter verhoging van het opleidingsniveau en toekomstige kansen op werk. Dit programma heeft tegen relatief lage kosten aanzienlijk bijgedragen aan het verbeteren van de levensverwachting en het opleidingsniveau van arme gezinnen.
Politieke verdeeldheid en tegenwerking
Deze maatregelen waren echter niet bij iedereen populair:
•Kritiek van welvarendere groepen: een progressief belastingstelsel of positieve discriminatie viel niet altijd goed bij de welvarendere en vaak 'wittere' bevolking, die geen hogere belastingen wilde betalen of zijn privileges wilde behouden.
•Terugdraaien van beleid: onder de vorige president, Jair Bolsonaro, die vooral de witte middenklasse vertegenwoordigde, zijn sommige van deze maatregelen (aangeduid met rode pijlen in de video) teruggedraaid of afgezwakt, inclusief het Bolsa Família-programma.
•Huidige situatie: de huidige president, Lula da Silva, heeft de door Bolsonaro ingevoerde wijzigingen weer deels ongedaan gemaakt. Hij presenteert zich als een president voor alle Brazilianen, wat te zien was aan zijn inauguratie met vertegenwoordigers van inheemse volkeren, gehandicapten, jongeren, mensen van kleur, vrouwen en veteranen. Echter, zijn nipte verkiezingsoverwinning toont aan dat er nog steeds grote verdeeldheid is over de aanpak van ongelijkheid.
Waarom zijn er meer analfabeten onder de zwarte bevolking?
1.Lagere maatschappelijke positie en welvaart: de zwarte bevolking in Brazilië heeft, historisch en actueel, een minder welvarende maatschappelijke positie dan andere groepen.
2.Lager betaalde banen: dit komt mede doordat zij vaker werken in lager betaalde banen, bijvoorbeeld in de industrie (denk aan productieafdelingen in plaats van hogere functies) of in de informele sector. Het inkomen uit deze banen is vaak onvoldoende om te investeren in goed onderwijs.
3.Slechter onderwijs in favela's: een groot deel van de zwarte bevolking woont in favela's. De scholen in deze gebieden zijn vaak van lagere kwaliteit, met minder middelen en minder goed opgeleide leraren.
4.Gevolg: laag opleidingsniveau en analfabetisme: door het slechtere onderwijs en de moeilijke leefomstandigheden kunnen veel mensen niet goed leren lezen en schrijven, waardoor ze analfabeet blijven.
5.Beperkte kansen: dit lage opleidingsniveau beperkt hun kansen om door te stromen naar beter betaalde banen, waardoor de cyclus van armoede en ongelijkheid in stand wordt gehouden.














