Wat betekent het begrip vergrijzing?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat vergrijzing en ontgroening betekenen.
•Je kunt uitleggen waarom de bevolkingssamenstelling en de bevolkingsgroei in een land kunnen veranderen.
•Je kunt een bevolkingsgrafiek en het demografisch transitiemodel aflezen.
Bevolkingsgrafieken: piramide-, urn- en klokmodel
Het piramidemodel
Dit model vind je vaak in landen die nog niet zo ver ontwikkeld zijn. In zo’n land is het geboortecijfer hoog en het sterftecijfer ook hoog. Dit betekent dat gezinnen groot zijn, maar ook dat veel mensen al op jonge leeftijd overlijden, bijvoorbeeld door ziekten waar nog geen medicijnen voor zijn. Je herkent het piramidemodel aan de brede onderkant (veel jonge mensen) die snel smaller wordt naar boven (weinig oudere mensen).
Het urnmodel
Wanneer een land zich begint te ontwikkelen, verbetert de welvaart. Er wordt meer geïnvesteerd in bijvoorbeeld de zorg en mensen krijgen minder kinderen. Dan kom je vaak in het urnmodel. Hier zie je een dalend geboortecijfer en een dalend sterftecijfer. De onderkant van het model is minder breed dan bij het piramidemodel, wat betekent dat er minder jongeren zijn. Wat hoger in de grafiek zijn de percentages juist hoger, wat aangeeft dat mensen gemiddeld ouder worden.
Het klokmodel
De meest ontwikkelde landen hebben vaak een klokmodel. Hier is sprake van goede hygiëne, uitstekende zorg en mensen kunnen gebruikmaken van anticonceptie. Dit leidt tot een laag geboortecijfer en een laag sterftecijfer. De onderkant van de grafiek is heel smal (weinig jonge kinderen) en de percentages nemen pas op hogere leeftijd sterk af. Dit betekent dat veel mensen die ziek worden beter kunnen worden door medicijnen en pas op latere leeftijd overlijden.

Hoe verandert de bevolking? Het demografisch transitiemodel
De term demografie betekent de samenstelling van een bevolking, dus hoeveel jongeren, ouderen en mensen daartussenin er zijn. Transitie betekent een verandering. Het demografisch transitiemodel laat dus de verandering van de samenstelling van een bevolking zien over een langere periode. Dit model combineert de principes van het piramide-, urn- en klokmodel.


Vier fases van ontwikkeling
Het demografisch transitiemodel is opgedeeld in vier fases die de ontwikkeling van een bevolking weergeven.
•Fase 1: Hier zie je een hoog geboortecijfer (blauwe lijn) en een hoog sterftecijfer (rode lijn). Beide lijnen zijn nog erg hoog. Dit is typisch voor landen die nog niet zo ver ontwikkeld zijn.
•Fase 2: Een land begint zich te ontwikkelen. Medicijnen worden beschikbaar en daardoor daalt het sterftecijfer als eerste. Het geboortecijfer is nog steeds hoog.
•Fase 3: In deze fase willen mensen minder kinderen, mede door het beschikbaar komen van anticonceptie. Hierdoor begint ook het geboortecijfer te dalen. Fase twee en drie zijn vergelijkbaar met het urnmodel.
•Fase 4: Dit zijn de meest ontwikkelde landen. Hier zijn zowel het geboortecijfer als het sterftecijfer laag, door goede zorg en het gebruik van anticonceptie. Dit is vergelijkbaar met het klokmodel.
Bevolkingsgroei in het demografisch transitiemodel
In het demografisch transitiemodel zie je vaak ook een groene lijn die de bevolkingsgroei aangeeft.
•In fase 1 is er niet zoveel bevolkingsgroei, want hoewel er veel kinderen worden geboren, overlijden er ook veel mensen.
•In fase 2 en 3 daalt het sterftecijfer snel, maar er worden nog wel veel kinderen geboren (vooral in fase 2). Hierdoor groeit de bevolking snel. De groene lijn stijgt dan ook sterk.
•In fase 4 zijn zowel het geboortecijfer als het sterftecijfer laag. Hierdoor is er niet veel bevolkingsgroei meer en blijft het aantal mensen in het land redelijk gelijk.
Verandering in Nederland: vóór en na 1950
Rond 1950 had Nederland nog een hoog geboortecijfer en een hoog sterftecijfer. Vergeleken met nu was Nederland toen nog niet zo ver ontwikkeld. Gezinnen waren vaak groot, omdat kinderen later voor hun ouders konden zorgen. Tegelijkertijd kwamen veel mensen, inclusief jonge kinderen, vroeg te overlijden door slechte hygiëne en gebrek aan medicijnen. De bevolkingsgrafiek van Nederland leek toen op een piramidevorm. Na 1950 maakte Nederland een sterke ontwikkeling door. De welvaart verbeterde, net als de hygiëne en de zorg. Medicijnen werden beter beschikbaar. Hierdoor daalden zowel het geboortecijfer als het sterftecijfer. Nederland heeft nu een hoge welvaart, goede zorg en medicijnen, en mensen kunnen gebruikmaken van anticonceptie. Hierdoor heeft Nederland een laag geboortecijfer en een laag sterftecijfer en zit het land in fase 4 van het demografisch transitiemodel, met een bevolkingsgrafiek die lijkt op een klokmodel.
Vergrijzing en ontgroening in Nederland
Door deze ontwikkelingen zien we in Nederland twee belangrijke trends:
•Vergrijzing: dit is het steeds groter wordende aandeel ouderen in de bevolking. Omdat mensen ouder worden dankzij betere zorg en medicijnen, overlijden ze minder snel. Hierdoor stijgt het percentage ouderen.
•Ontgroening: dit is het afnemende aandeel jongeren in de bevolking. In Nederland willen mensen steeds minder kinderen, vaak maximaal drie of zelfs helemaal geen. Hierdoor daalt het geboortecijfer en wordt het percentage jongeren kleiner.
Nederland heeft dus te maken met zowel vergrijzing (meer ouderen) als ontgroening (minder jongeren).














