In welk gedeelte van het lengteprofiel vind je de overstromingsvlakte? En in welk gedeelte vind de meeste sedimentatie plaats?
Leerdoelen
•Wat is sedimentatie?
•Waarom sedimenteert een rivier grind in de middenloop en klei in de benedenloop?
•Wat gebeurt er met het landschap als er sedimentatie plaatsvindt?
Wat is sedimentatie?
Sedimentatie is het proces waarbij verplaatst verweringsmateriaal neervalt en zich ophoopt. Het moment waarop sediment valt, hangt af van het gewicht: zwaarder materiaal valt eerder dan lichter materiaal. Dit gebeurt vooral in rivieren, waarbij het type sediment kan verschillen afhankelijk van de locatie binnen de rivier.
Verschillende soorten sediment
Zwaar sediment
Grind en grote stenen: dit zijn zware sedimenten die voornamelijk in de bovenloop en middenloop van rivieren worden aangetroffen. Hier is de rivier snel en bestaat er een groot hoogteverschil (verval). Door deze snelheid valt het zwaardere sediment eerder naar de bodem.
Licht sediment
Klei en zand: dit zijn lichte sedimenten die zich voornamelijk in de benedenloop van rivieren en in delta's afzetten, omdat de stroming van de rivier daar veel langzamer is.
Gevolgen van sedimentatie
Sedimentatie heeft aanzienlijke gevolgen voor het landschap en de rivier zelf:
•Diepte van de rivier: door sedimentatie wordt de rivier steeds minder diep. Dit heeft als gevolg dat de rivier ‘vlakker’ wordt en gemakkelijker zijn weg kan kiezen, wat leidt tot het meanderen van de rivier.
•Delta vorming: als de rivier bij de kust komt, ontstaat er een delta. Dit is nieuw land dat ontstaat uit sediment dat door de rivier wordt afgezet wanneer de stroomsnelheid praktisch nul is. Denk aan Nederland, waar grote delen van het land zijn ontstaan door deltavorming.
Hoeveelheid sediment in een rivier
De hoeveelheid sediment die een rivier meeneemt, hangt van meerdere factoren af:
•Verwering: hoeveel materiaal er in de bovenloop wordt verlaagd door verwering beïnvloedt de sediment hoeveelheid. Rivieren die in bergachtige gebieden beginnen, zoals de Himalaya, hebben meer sediment dan rivieren zonder bergen.
•Lengte en omvang van het stroomgebied: lange rivieren met veel zijrivieren, zoals de Mississippi, de Nijl, en de Rijn, kunnen meer sediment vervoeren.
•Bodemgebruik: ontbossing voor landbouw in kwetsbare gebieden leidt tot meer erosie en sedimentatie door afstroming bij hevige regen, omdat bomen de bodem vasthouden.
Seizoensgebonden verschillen in sedimentatie
De stroomsnelheid van een rivier kan seizoensgebonden verschillen. In de winter kan er meer water in de rivier aanwezig zijn, wat een grotere kracht genereert om sediment te vervoeren. In de zomer, wanneer de stroom meer vermindert, kunnen fijnere sedimenten gemakkelijker worden neergelegd.
Estuaria en sedimentatie
Sedimentatie vindt ook plaats in estuaria, de overgangsgebieden tussen rivier en zee. In estuaria zien we dat zand en klei afzetten en dat door sedimentatie nieuwe landschappen kunnen ontstaan.
Een voorbeeld hiervan is het estuarium van de rivier de Duden in Noordwest-Engeland. Hier zijn verschillende sedimentsoorten zichtbaar door de afzettingen van de zee en de rivier.
Delta's en hun bedreigingen
Delta's zijn vruchtbare gebieden ontstaan door sedimentatie, waar landbouw goed mogelijk is. Echter, delta's staan voor verschillende bedreigingen:
•Afname van vruchtbare klei: door ingrepen stroomopwaarts, zoals het bouwen van stuwdammen, kan er minder sediment naar de delta komen.
•Stijgende zeespiegel: dit leidt tot verzilting van het land en kan ook betekenen dat een deel van het nieuwe land weer wordt weggeslagen.
Invloed van menselijke activiteiten op sedimentatie
Sedimentatie kan aanzienlijk worden beïnvloed door menselijke activiteiten:
•Dijken en stuwdammen: deze veranderingen in het rivierenlandschap verhogen de snelheid van de rivierwaterstroom, wat resulteert in het vervoeren van lichter sediment naar de zee.
Effecten van klimaatverandering
Klimaatverandering kan ook invloed hebben op sedimentatie. Hevige regenbuien kunnen leiden tot hogere sedimenttransporten door afstroming, terwijl droogte perioden tot minder sediment kunnen leiden.














