Bekijk bron 10.
Naar aanleiding van bron 10 worden drie uitspraken gedaan.
Uitspraak 1: bij Y waait een aanlandige wind.
Uitspraak 2: bij Z is het overwegend zonnig weer.
Uitspraak 3: de kans op neerslag is bij Y groter dan bij X.
Bekijk bron 10.
Naar aanleiding van bron 10 worden drie uitspraken gedaan.
Uitspraak 1: bij Y waait een aanlandige wind.
Uitspraak 2: bij Z is het overwegend zonnig weer.
Uitspraak 3: de kans op neerslag is bij Y groter dan bij X.
Op deze pagina behandelen we vraag 9 van het centraal examen aardrijkskunde vmbo-gt 2024 – tijdvak 2. Deze vraag is onderdeel van Weer en klimaat, en is 2 punten waard.
Je kunt hier zelf het antwoord invullen en vervolgens direct de uitwerking en uitleg bekijken.
Daarnaast kun je:
De onderwerpen bij deze vraag zijn: