BS2

BS2

Madelief
4

Woorden in deze lijst (19)

Bacteriën
DNA bestaat vaak uit 1 cirkelvormig chromosoom, in het chromosoom zitten geen eiwitmoleculen. Sommige bacteriën hebben ook plasmiden. Planten zich ongeslachtelijk voort, door deling.
Celdeling bij bacteriën:
De chromosomen worden niet verdubbeld, maar elke dochtercel krijgt gewoon 1 chromosoom.
Verschillende vormen van genen uitwisseling bij bacteriën:
Transformatie, conjugatie en transductie.
Transformatie
Opname van DNA-fragmenten van een soortgenoot.
Conjugatie
Opname van plasmide van de ene naar de andere bacterie.
Transductie
Een bacteriofaag brengt DNA over van de ene naar de andere bacterie.
Hoe ruimen bacteriën de doden resten van organismen op in de natuur?
Door organische stoffen om te zetten naar anorganische stoffen.
Virus
Deeltje dat bestaat uit een kern van erfelijk materiaal omgeven door een eiwitmantel. Zijn geen organismen, want ze bestaan niet uit cellen en er vinden er geen stofwisselingen plaats.
Virussen kunnen zich niet zelfstandig voortplanten maar…
Ze kunnen zich alleen voortplanten binnen specifieke gastheercellen.
Het proces van de voorplanting van eeen virus:
Het virus deeltje dringt binnen in een dierlijke of plantaardige cel en de cel vermenigvuldigt dan het virus. Hierna zal de cel openbarsten en afsterven, de virusdeeltjes zullen dan vrijkomen. binas 77c en d
Bacteriofagen
Virussen die specifieke bacteriën als gastheercel gebruikt.
Schimmels
Heterotrofe organismen, belangrijk voor de afbraak van organische stoffen in de natuur.
Gisten
Eencellige schimmels
Meercellige schimmels
Opgebouwd uit lange schimmeldraden (hyfen). Een netwerk van hyfen heet een mycelium.
Flagel
Zweephaar of zweepstaart, dient vaak voor voortbeweging.
Eiwitmantel
Ook wel capside genoemd, omgeeft het erfelijk materiaal bij een virus.
RNA-virussen
Een virus waarvan het erfelijk materiaal uit RNA bestaat.
Plasmiden
Kleine cirkelvormige chromosomen.
DNA-virussen
Een virus waarvan het erfelijk materiaal uit DNA bestaat.
Hoi Gast!