Begrippen van Het immuunsysteem
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- Immuunsysteem
- Het verdedigingssysteem van het lichaam tegen ziekteverwekkers.
- Incubatietijd
- De periode tussen besmetting en het optreden van symptomen.
- Symptomen
- Zichtbare of voelbare verschijnselen van een ziekte.
- Diagnose
- Het vaststellen van een ziekte op basis van symptomen en onderzoek.
- Prognose
- De verwachte ontwikkeling en afloop van een ziekte.
- Antigenen
- Stoffen die een immuunreactie kunnen opwekken.
- Antistoffen
- Eiwitten die ziekteverwekkers onschadelijk maken.
- Infectie
- Het binnendringen en vermenigvuldigen van ziekteverwekkers in het lichaam.
- Besmetting
- Het overbrengen van ziekteverwekkers van de ene persoon op de andere.
- Passieve immuniteit
- Immuniteit verkregen door het inspuiten van antistoffen.
- Orgaantransplantatie
- Het vervangen van een ziek orgaan door een gezond orgaan van een donor.
- Afweerremmers
- Medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken om orgaanafstoting te voorkomen.