Wat zijn persoonlijk voornaamwoorden 'en' en 'y'?
Hoe en wanneer gebruik je 'En'?

Voorbeelden van 'en'
- "J'ai besoin de l'eau" wordt "J'en ai besoin."
- "Il parle de la maison" wordt "Il en parle."
- "Il y a beaucoup d'animaux" wordt "Il y en a beaucoup."
- "Il vient de Paris" wordt "Il en vient."
Hoe en wanneer gebruik je 'y'?

Voorbeelden van 'y'
- "Je vais à la bibliothèque" wordt "J'y vais."
- "Elle va au cinéma" wordt "Elle y va."
- "Je compte sur ton aide" wordt "J'y compte."
- "J'aime voyager à Paris" wordt "J'aime y voyager."
Oefenen met 'en' en 'y'
Nog meer oefenzinnen met anwoorden:
