In een boek over planten die in het water leven, staat een determineertabel. Hieronder staat een deel van deze tabel.
1. a. Alle bladeren van de plant bevinden zich onder water ..... 2
b. De plant heeft bladeren boven en/of op het water ..... 5
2. a. De blaadjes hebben een gladde rand ..... waterpest
b. De blaadjes hebben geen gladde rand ..... 3
3. a. De blaadjes zijn veervormig ..... aarvederkruid
b. De blaadjes zijn niet veervormig ..... 4
4. a. Het plantje stinkt als je het stuk wrijft ….. kranswier
b. Het plantje stinkt niet als je het stuk wrijft ….. hoornblad
5. a. De plant heeft bladeren die op het water drijven ..... 6
b. De plant heeft bladeren die boven het water uitsteken ..... 7
6. a. De bladeren zijn klein en rond ….. kikkerbeet
b. De bladeren zijn lang en smal ….. fonteinkruid
7. a. De bladeren zijn pijlvormig …..pijlkruid
b. De bladeren zijn lang en smal ….. krabbenscheer
