Lotte heeft een bloedtransfusie nodig. De verpleegkundige bepaalt haar bloedgroep. Hij legt twee druppels van haar bloed op een glaasje. Aan de ene druppel voegt hij wat vloeistof met antistoffen tegen A (anti-A) toe, aan de andere druppel wat vloeistof met antistoffen tegen B (anti-B). In de afbeelding zie je het resultaat.

