Les over 2 Vertel je verhaal
Poëzie en fictie

Hoe herken je de opbouw en de genres van een verhaal?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat fictie is en verschillende genres benoemen.
•Je kunt de kenmerken van psychologische verhalen beschrijven.
•Je kunt de vier fases in de ontwikkeling van een hoofdpersoon benoemen en uitleggen.
•Je kunt de begrippen verhaallijn en proloog definiëren en hun functie uitleggen.
•Je kunt de boodschap of levensles in een verhaal herkennen.
Wat is fictie en welke genres zijn er?
Bij het vak Nederlands vallen veel leesboeken onder fictie. Dit betekent dat de verhalen verzonnen zijn. Dit is het tegenovergestelde van non-fictie, waarbij de verhalen echt gebeurd zijn. Alle fictieboeken worden ingedeeld in genres. Een genre is een soort verhaal. Er bestaan veel verschillende genres, waaronder:
•Avontuur
•Familieroman
•Griezelverhaal
•Historisch verhaal
•Humor
•Oorlog en verzet
•School
•Romantisch verhaal
•Sciencefiction
•Spanning
•Sport
Psychologische verhalen en de boodschap
De meeste leesboeken zijn psychologische verhalen. In dit genre zijn de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon erg belangrijk. Deze worden uitgebreid beschreven, waardoor je je als lezer goed in de hoofdpersoon kunt inleven. Soms heeft een verhaal een duidelijke boodschap of levensles. Dit is een diepere betekenis of een les die de schrijver aan de lezer wil meegeven, zoals het belang van praten over je gevoelens of het accepteren van jezelf zoals je bent.
De ontwikkeling van de hoofdpersoon
In veel verhalen maakt de hoofdpersoon een ingrijpende gebeurtenis mee. De ontwikkeling van de hoofdpersoon staat dan centraal: het proces waarin het personage leert omgaan met veranderingen. Deze ontwikkeling verloopt meestal in vier vaste fases:
1.Fase 1: De normale situatie – Het leven van de hoofdpersoon is normaal en alles is al een tijdje hetzelfde.
2.Fase 2: De verandering – Er gebeurt iets waardoor het leven van de hoofdpersoon plotseling verandert, zoals een verhuizing, een scheiding van de ouders of een ziekte.
3.Fase 3: De actie – De hoofdpersoon moet in actie komen en leren omgaan met deze nieuwe verandering.
4.Fase 4: De nieuwe realiteit – De situatie is weer stabiel en normaal, maar wel anders dan aan het begin. De hoofdpersoon is door de ervaringen veranderd of heeft een belangrijke les geleerd.
Verhaallijn en proloog
Een verhaal wordt gestructureerd door middel van een verhaallijn en soms een proloog:
•Een verhaallijn beschrijft alles wat een hoofdpersoon ziet, hoort, denkt, voelt en meemaakt. De meeste boeken hebben één verhaallijn, maar er zijn ook boeken met meerdere verhaallijnen waarin je verschillende hoofdpersonen volgt.
•Een proloog is een inleidend stuk tekst aan het begin van een boek. Hierin krijgt de lezer vaak al een korte vooruitblik op wat er later in het verhaal gaat gebeuren. Een proloog is bedoeld om de nieuwsgierigheid van de lezer te wekken en spanning op te bouwen.